Algemeen‎ > ‎

Dijken

Rivierdijken

Dijken tussen Waterschappen

Ossedijk
 

De "Ossedijk" is de oudste verbinding tussen het karspel Vriescheloo en de weg tussen Wedde en Veele. In 1602 werd de Verenigde Oost-Indische Compagnie opgericht, de eerste multinational ter wereld. Twee keer per jaar, in het voorjaar en in de herfst, voer er een vloot handelsschepen naar Indië. Zij namen de goederen mee waar men in Indië gebrek aan had en kwamen jaren later terug met vooral Indische specerijen, Chinees porselein en textiel uit India. Een gedeelte van het voedsel, dat deze schepen meenamen naar "de Oost" bestond uit gezouten vlees. Dit vlees was soms wel voor 25% afkomstig uit Westerwolde. In het voorjaar kwamen kudden jonge ossen uit zuidelijk Denemarken en Noord-Duitsland  naar Westerwolde. Zij werden dan geweid aan de oevers van de "Westerwoldse Aa" , vooral Bellingwolde, Den Ham en Blijham, maar ook te Vriescheloo en Wedde. Zo werd er extensieve veehouderij bedreven in o.a. de Bellingwolder- en Vrieschelooster vennen. In de herfst werden dan de vetgemeste ossen in kuddes verzameld en door herders via Zwolle naar Amsterdam gedreven, waar ze in de slachterij van de VOC werden geslacht. Zo zagen dan de in Westerwolde geweide ossen Zuid-Afrika, zij het niet in levende lijve. De vraag naar ossen was zo groot, dat door heel Nederland in de herfst deze kuddes op pad geweest moeten zijn. Vandaar de grote verspreiding van de naam. Het vetmesten van ossen was in die tijd een economische factor van groot belang!


De Zodendijk

Een dijk, deels op het gebied van Vriescheloo, deels op het gebied van Wedde, aangelegd als scheiding tussen de Waterschappen van Vriescheloo en Weddermarke. Aan de Vrieschelooster zijde was al het land in 1830 al verdeeld en in cultuur gebracht, aan de Wedder zijde lagen toen nog uitgestrekte marken, die gezamenlijk eigendom waren. In 1844 is een groot deel van Vriescheloo overstroomd door een doorbraak van de zodendijk, waarbij aan huizen en land aanzienlijke schade werd toegebracht. Zie ook "Boerderijen in het kerspel Vriescheloo" , blz. 659.