Algemeen‎ > ‎

Vlaggen en Wapens

Het wapen van de voormalige gemeente Wedde

Wat is nu de betekenis van het wapen.
Welnu, dit wordt door het gemeentebestuur uiteengezet in de beschrijving van het ontwerpwapen van januari 1884.
De gemeente Wedde bestaat uit de gedeelten van twee, vroeger verschillende heerlijkheden. De grootste was Westerwolde, waartoe Wedde, Hoornen de Morige behoorden. De ander was Bellingwolde en de onderhorigheden, waarvan Blijham deel uitmaakte, derhalve wilde men aan beide heerlijkheden iets ontlenen.  Voor wat betreft  Wedde kwam in aanmerking de afbeelding van het Slot, zoals het zich “oudtijds” vertoonde. Meer moeilijkheden gaf het om een “gepast figuur”  te vinden, dat Blijham in het wapen vertegenwoordigt, doch de gemeenteraad had hiervoor het volgende idee.
Blijham is uit de Dollard ingepolderd land; toen alles daar water was leefde er een persoon, JARKE genaamd, de aangaande de toekomst vrij veel wist te voorspellen en wiens profetieën bij het oudere geslacht vooral, nog niet geheel zijn vergeten. Deze Jarfke nu, profeteert met betrekking tot dat gedeelte van de Dollard, dat later Blijham is geworden, op deze wijze: “Och wat ben ik moede geworden dat ik door al die hooi opperen gekomen ben!”, daarmede natuurlijk bedoelende dat, waar nu water was, later vruchtbaar hooiland zou komen.
Met het oog daarop zou men op een gedeelte van het wapen een profeterende Jarfke of een landman tussen hooioppers kunnen plaatsen of wel het tafereel in tweeën verdelende, aan de ene kant Jarfke met omhoog geheven vinger in een bootje dobberende op zee en aan de andere kant een landman tusschen de hooioppers.
De Minister van Justitie is het met bovenstaande niet geheel eens, wat mag blijken uit een schrijven van de Commissaris der Koning van 26 april 1884 aan het Gemeentebestuur. De Minister heeft in het algemeen geen bedenkingen tegen het feit dat in wapens van de gemeenten zinspelingen op te nemen op feiten en toestanden welke vroeger plaats hebben gehad, maar men behoort daarbij eenvoud te betrachten en men mag niet zondigen tegen de regels der wapenkunde, want anders zouden wapens ontaarden in een soort schilderij of plastische voorstelling, welke laatste ook toepasselijk is op het door de gemeente ontworpen wapen, zodat  met het ontwerp geen genoegen kan worden genomen. Voorts wordt er geschreven dat  de Minister waarschijnlijk geen bedenkingen zal hebben om aan de gemeente, indien ze dit verlangen bekend gaf, het navolgende wapen toe te kennen, waarbij rekening wordt gehouden met vroegere toestanden en feiten:
Een gedeeld schild, hebben de rechts een kasteel van keel (rood) op een veld van zilver (ter herinnering aan de 80-jarige oorlog), links doorsneden hebbende boven, hetzij een hooischelf  van goud op een veld van sinopel (groen), hetzij twee gekruiste zeisen van zilver op een veld van sinopel en beneden twee golvende fasen (balken) van azuur op een veld van zilver ( ter herinnering aan de indijking van de Dollard). Het wapen zal dan heraldisch verantwoord zijn en toch de zinspeling op hetgeen vroeger is gebeurd, behouden.
Burgemeester en wethouders delen op 31 mei 1884 mee, dat men zich met het door de Minister van Justitie voorgestelde wapen kan verenigen, doch zag lever een hooischelf in het wapen opgenomen dan een paar gekruiste zeisen.
Tegen vorenstaande had de Minister geen bezwaar en het wapen werd dan ook door Koning Willem lll verleend bij Koninklijk Besluit van 20 juni 1884.

Bron: Gemeentearchief Bellingwedde (stukken voormalige  Gemeente Wedde)

Bovengenoemd stuk is door mij reeds gepubliceerd in het Tijdschrift voor Genealogie en Historie Westerwolde Jaargang 11, nummer 4
Jan Boltendal

ċ
VlagenWapens.pdf
(95k)
Marten Fokkens,
8 nov. 2011 12:10