Algemeen‎ > ‎

Molens

Bellingwolde

Veldkamps Molen


Molen Remkes

Op bovenstaande foto's, die we kregen van René Perton, staat de molen van Veldkamp(Veldkamps meuln) aan de Hoofdweg nabij de Molenlaan in Bellingwolde. Deze opname dateert uit 1953, voordat de molen gerestaureerd is.

De andere foto is van molen Remkes, welke nabij de Oude Lindelaan aan de Hoofdweg nr. 203 stond. Dit gebied stond ook bekend als Molenhorn, maar van de gebouwen op de foto is nagenoeg geen één pand meer aanwezig.

Er heeft nog een derde molen in Bellingwolde gestaan op de plek van het huidige Texaco tankstation. Hiervan is het pakhuis gedeelte nog overgebleven.

Klein Ulsda

Nog molen toevoegen(opgebrand)


Wedde

 
Molen in Wedde – hoek huidige Weverslaan
Hinrichs molen



Link : Poldermolen de Weddermarke


Molen Weddermarke

Molen Wedderveer


Veelerveen




Niemans Molen (Gronings: Niemans Meul’n)


Niemans Molen (Gronings: Niemans Meul’n) is een kleine korenmolen in het dorp Veelerveen in de provincie Groningen.

De bovenbouw van de molen was oorspronkelijk een poldermolen en is vermoedelijk afkomstig van een molen die aan de zuidkant van Midwolda stond, deze was in slechte staat en werd afgebroken.

In 1916 werd de molen als korenmolen met stelling herbouwd. De molen is decennia lang eigendom geweest van de familie Nieman, hetgeen de naam van de molen verklaart. Tot 2009 woonde een telg uit dit molenaarsgeslacht naast de molen. De molen is eigendom van de gemeente Bellingwedde en in 2002 geheel gerestaureerd. Na de restauratie wordt de molen regelmatig door een vrijwillig molenaar in bedrijf gesteld. De molen geldt als een van de kleinste korenmolens van Nederland.

Een korenmolen is een molen waarmee uit graan meel wordt gemalen. Vroeger waren er zogenaamde banmolens of dwangmolens waar men verplicht was het graan te laten malen.

Het zijn de twee molenstenen die in de korenmolen het eigenlijke maalwerk verrichten. De onderste steen, de ligger, zit vast aan de vloer van de steenzolder, met daarboven met een kleine tussenruimte de loper (de maalsteen die kan draaien). Daar tussenin valt het graan door het kropgat in de draaiende loper op de ligger. De afstand tussen de twee stenen is door de molenaar nauwkeurig in te stellen door een speciaal mechanisme, het lichtwerk genoemd. Met behulp van de lichtstok worden door de molenaar 2 of 3 balken via hefboomwerking op of neer gelaten, waardoor de loper hoger of lager komt te staan. Om het werk van de molenaar te verlichten is in veel molens een regulateur aangebracht, die met middelpuntvliedende kracht door middel van gewichten aangedreven wordt en zo meehelpt de loper op de goede hoogte ten opzichte van de ligger te laten draaien. De hoogte van de afstelling is onder andere afhankelijk van de aandrijfkracht, van het te malen product en de gewenste fijnheid van het meel. De beste maalsnelheid wordt bij een windmolen bereikt als het wiekenkruis 60 tot 80 enden (wieken) per minuut ronddraait. Door scherpsel (groeven) in de stenen wordt het graan naar de buitenzijde van de stenen gedreven en daardoor gemalen.

 

Het te malen graan wordt met behulp van het luiwerk vanaf de begane grond naar de steenzolder gehesen. Het luitouw wordt met een molenaartje of met een zakkenklem aan de zak vastgemaakt. Papierenzakken worden met behulp van een luimat opgehesen. Vervolgens wordt het in het kaar bovenop de maalkuip of maalstoel gestort. Via een uitstroomopening, die open of gesloten kan worden, komt het graan in de schuddebak. Deze bak wordt door de steenspil heen en weer bewogen, waardoor het graan gedoseerd in het kropgat valt. In de houten steenkuip wordt het meel, door een aan de loper bevestigde aanjager, meegenomen tot het een gat in de meelring passeert om vervolgens in de meelpijp te vallen. Het wordt daarna op de maalzolder opgevangen in de maalbak, waaronder een meelzak hangt

Een stellingmolen is een windmolen die hoog genoeg moet zijn, om binnen de bebouwde kom voldoende wind te kunnen vangen, de 'vrije windvang'. Om dan de molen te kunnen bedienen moet er halverwege de hoogte een stelling zijn (of ook wel omloop, zwichtstelling, galerij, gaanderij of balie genoemd), die rondom de molen loopt. Vanaf deze stelling bedient de molenaar de molen om te kruien (dat is de wieken op de wind draaien) en het voorleggen van de zeilen aan de wieken. Daarmee zijn het tevens 'buitenkruiers'.

Beneden beschikt men op deze manier tevens over een grote ruimte om met paard en wagen of auto naar binnen te kunnen rijden. De voet van een stellingmolen is meestal van steen, vanaf de stelling omhoog is het vaak een houten constructie.

Stellingmolens zijn meestal korenmolens, oliemolens of pelmolens.



Vriescheloo


Broekema’s molen Vriescheloo
stond vlakbij Kompenkolke 



De “Vrieschelooster vennen, tussen de Dorpsstraat en de dijk van de “Westerwoldse Aa” gelegen, stroomden in de herfst onder, aangezien in die tijd de molen “de Klieve” alleen niet opgewassen was tegen het regenwater, dat er dan viel. Hierom besloot het Vrieschelooster Waterschap in 1868 om een tweede molen te bouwen, met een 2e zijldiep, een molenwerf en een slijkdiep, waarop dat water kon worden geloosd en die uitmondde in de “Westerwoldse Aa”.
Zie ook: “Boerderijen in het kerspel Vriescheloo”, blz. 673, 674 en 677.




Molen de Korenbloem

Molen Sanders - Nu: De Korenbloem

 



Molen Drenth

De Draaierij


WaterMolen de Vries "Draaierij".

De "Draaierij" lag in de haakse hoek van de Pastorieweg.

De Klieve Vriescheloo
 

Hier kunt u nog de resten zien van het stoomgemaal dat hier eens stond, samen met de woning van de molenaar. Het gemaal - later voorzien van een dieselmotor – is gesloopt ca. 1971. Op dezelfde plaats stond eeuwen geleden al een windmolen. In 1631 is er sprake van het zijldiep, aan het eind waarvan deze molen stond. Waarschijnlijk stond die windmolen er dus in 1631 al. Op 16-10-1886 wordt in een openbare vergadering van het Waterschap “Vriescheloo” het plan bekend gemaakt voor het lenen van f. 10.000,00 voor het bouwen van een stoomwatergemaal met bijbehorende machine. De naam “de Klieve” werd overigens op meerdere plaatsen gebruikt als naam voor een molen/gemaal.


Zie ook: “Boerderijen in het kerspel Vriescheloo”, blz. 569 en 675.



Hierboven het stoomgemaal de Klieve, ca. 1920.

De personen op de foto zijn v.l.n.r: Johannes Sluiter, Hopko Sluiter, Hero Tammes, Albertus Zwiers, Harm Prenger
en Roelf Vos(molenaar)



De huidige situatie:





Blijham

Lutje Meulen Blijham


Lutje Meulen



Molen aan de Hoofdweg - links Groene Kruisgebouw
Voor het gebouw lopen nog de tramrails


Zie voor de overige foto's van de Blijhamster molen ook bij Dorpen - Blijham - Meulenhörn



zie ook : De Nederlandse Molendatabase