-klik op de kaart voor vergroting-
Kaart Stoomtramweg Maatschappij
Oostelijk Groningen
Blijham - Wedderveer
Verleden en Heden op de grens
van Oldambt en Westerwolde
Door
Harm Frits Korvemaker
en aanvullingen uit Wikipedia
Hoofdstation te Winschoten
Het
begin.
De spoorlijn Groningen-Winschoten-Nieuweschans is in 1868 aangelegd en
in gebruik genomen. Hiermee kregen Oldambt en Westerwolde een betere verbinding
met de Stad en de rest van Nederland. Eind 1800 is begonnen met de aanleg van
meer tram- en spoorwegen.
In 1885 werd de tramweg Winschoten – Stadskanaal in gebruik genomen.
De paardentram Ter Apel – Zuidbroek ging in 1894 rijden. De paardentramweg
Winschoten – Bellingwolde kwam in 1900 gereed en de stoomtramlijn Ter Apel –
Emmen in 1907.
Het oosten van de provincie blijft echter achter bij de nieuwe
ontwikkelingen. Het is Dirk Bos, lid
van de Tweede Kamer en voorman van de Vrijzinnig Democratisch Bond, die in 1905
met een artikel in de Winschoter Courant erop wijst, dat de nieuwe spoorlijn
van de Noordooster Locaalspoorweg-Maatschappij (NOLS) het oosten van de
provincie Groningen links laat liggen. Zijn voorstel is, om in dit deel van de
provincie een net van stoomtramwegen aan te leggen. Hiermee verwacht hij, dat
de bevolking meer in beweging te brengen.
Dit artikel blijft niet zonder gevolgen. Een bijeenkomst in Winschoten
wordt goed bezocht door leden uit de provinciale en gemeentelijke politiek uit
de diverse plaatsen, industriëlen, landbouwers enz. Als gevolg van deze
vergadering installeert de Commissaris der Koningin in Groningen in 1906, de
commissie tot verbetering van het verkeerswezen in Oostelijk Groningen. Deze
commissie met Bos als voorzitter ontwikkelt haar plannen in samenspraak met de
gemeenten in de streek. In 1907 worden de aandelen en obligaties voor de op te
richten maatschappij uitgeschreven. De gemeenten en provincie nemen deze voor
het overgrote deel voor hun rekening.
De
oprichting
Op 12 juni 1912 wordt de Stoomtramweg Maatschappij "Oostelijk
Groningen" opgericht. Besloten werd, dat de maatschappij uitsluitend de
betrokken gemeenten als aandeelhouders zou hebben. O.G. stelde zich ten doel
een geheel net van tramlijnen in Oostelijk Groningen aan te leggen en te
exploiteren. Het net dat men zich aanvankelijk had voorgesteld, had een lengte
van ca. 300 km,
maar bleek al spoedig, dat de grootse plannen maar gedeeltelijk verwezenlijkt
zouden kunnen worden, aangezien van vele gemeenten de nodige medewerking niet
verkregen werd.
Het hoofdkantoor wordt gevestigd te Winschoten. Eerst in Hotel de
Vrijheid, later in het tramhoofdstation te Winschoten. Hier komt een groot
emplacement te liggen en wordt ook een tramhaven aangelegd.
Besloten wordt dat de nieuwe stoomtram lijnen een spoorwijdte van 1067 mm krijgt.
Als eerste wordt de lijn Winschoten – Ter Apel op papier uitgewerkt.
Daarnaast worden er vergeefse pogingen gedaan stoomtramwegmaatschappij
Oldambt-Pekela (SOP) te integreren in de nieuwe maatschappij. De
paardentrammaatschappijen Winschoten-Bellingwolde (WB) en Eerste Groninger
Tramway-Maatschappij (EGTM), waarvan de laatste een lijn exploiteerde van
Zuidbroek via Veendam naar Ter Apel op normaalspoor werden wel overgenomen.
In 1913 wordt het bestek van de lijnen aanbesteed. In augustus 1914
breekt de Eerste Wereldoorlog uit. Hierdoor loopt de aanleg veel vertraging op.
De aanlegkosten van de lijnen stijgen sterk en ook de aanschaf van het rijdend
materieel wordt veel moeilijker.
Op 1 november 1914 werd de lijn Winschoten-Ter Apel geopend en op 9
juli 1919 de lijn Delfzijl-Winschoten. De zijtak Bellingwolde-Blijham werd op
18 oktober 1918 in
gebruik genomen. In 1948 werden deze lijnen, door de opkomst van busvervoer,
weer opgeheven.
In het gebied tussen Ter Apel en Delfzijl was van 1915 tot 1948 de
Stoomtramweg-Maatschappij Oostelijk-Groningen de maatschappij voor vervoer van
personen, goederen, post en zand. Dit gebeurde met stoomtrams en later ook met
autobussen en vrachtauto’s.
Tramstation Kleine Molen ca. 1925.
Rechts in de weg het spoor naar Bellingwolde en links richting Ter
Apel
De lijnen
De eerste lijn die gereed komt is Winschoten – Ter Apel. In 1915 beginnen de
diensten hierop. In Ter Apel is er aansluiting op stoomtramlijnen van de DSM en
de EDS, die hier elk een eigen station hebben. In 1921 komt een verbinding tot
stand tussen de lijnen van de OG en de EDS, en in 1925 tussen die van de DSM en
OG.
De lijn volgt
vanaf de Ter Apel de Ruiten Aa en komt langs dorpen Sellingen, Jipsinghuizen en
Wollinghuizen. Vanaf hier wordt het Veelerdiep gevolgd naar Vlagtwedde en
Veele. Bij Wedde wordt de Westerwoldse Aa overgestoken. Dan komt de lijn bij
het dorp Wedderveer. Vervolgens gaat hij door Blijham om tenslotte Winschoten
te bereiken. Hier komt een groot emplacement te liggen en wordt ook een
tramhaven aangelegd.
De
stoomtram
In 1917 komt de lijn naar Bellingwolde gereed. Deze takt in Blijham aan op de
lijn naar Ter Apel.
In 1919 komt
de lijn naar Delfzijl gereed. Deze lijn doet de plaatsen Heiligerlee, Midwolda,
Oostwold, Woldendorp, Termunten, Termunterzijl, Oterdum en Weiwerd aan. Het
havenspoor in Delfzijl bestaat uit normaalspoor. Om toch de wagons op het haventerrein
te kunnen laten komen wordt gebruikgemaakt van rolwagens.
Omdat voor
het onderhoud van de tramlijnen veel zand nodig is exploiteert OG een eigen
zandgat bij Veele. OG verhandelt ook zand afkomstig uit dit gat.
Op 31 oktober 1914 reed de eerste stoomtram door Blijham. De reistijd
van Winschoten naar Ter Apel was bijna twee uur. De Stoomtrammaatschappij
Oost-Groningen had ook een lijn naar Delfzijl. De totale lengte van het spoor
was 83 kilometer.
In 1924 bereikt het vervoer per stoomtram een relatief hoogtepunt.
Door de gestegen kosten vanaf WO I en de economische crisis van de jaren ’30,
is het vervoer nooit, met uitzondering van het jaar 1943, winstgevend geworden.
Maar na 1924 gaat het bergafwaarts.
In 1931 worden de eerste bussen aangeschaft
en in 1936 wordt al het personenvervoer per bus gedaan. Alleen voor speciale
excursies en voor kampeertochten van scholen rijdt de personentram nog. In 1940
zou Oostelijk Groningen als trambedrijf opgeheven worden, maar WOII zorgde voor
een tijdelijke opleving. In de oorlogsjaren 1940 -1945 werden veel bussen
gevorderd en toen ook de benzine niet meer voor busvervoer beschikbaar werd
gesteld, werd het relatief goed trammaterieel weer van stal gehaald. Na de
bevrijding blijkt dit slechts tijdelijk te zijn geweest. In 1947 was echter
alles te versleten voor gebruik. Investeringen in nieuw materieel werd te duur
gevonden. Dit betekende het naderde einde van de stoomtram.
In 1948 krijgt de OG geen concessie voor het exploiteren van buslijnen
en werd de reguliere dienstvoering beëindigd. De GADO (Groninger Autobus Dienst
Onderneming) nam op 31 mei 1948 het personenvervoer over. Het losse goederen
vervoer wordt dan overgenomen door Van Gend en Loos. Vervolgens gaat de
onderneming in liquidatie. Omdat voor het onderhoud van de tramlijnen veel zand
nodig was exploiteerde OG een eigen zandgat bij Veele. De OG verhandelde ook
zand afkomstig uit dit gat.Vanwege zandtransporten bleef het tramvervoer langs
Blijham nog tot 1950 in
stand. Voor de aanleg van de toenmalige rijksweg 42 werd het zand van de
zandwinning bij Veele vervoerd naar het traject van de weg bij Winschoten.
Daarna werden de sporen opgebroken. Hiermee kwam een einde aan het laatste
Groningse trambedrijf en was “Ol Graitje” voorgoed verdwenen.
Officieel werd de stoomtram OG genoemd, doch om haar traagheid werd
deze meer met de naam “Ol Graitje” aangeduid.
Materieel
De aanschaf van de locomotieven gaat moeizaam door de Eerste
Wereldoorlog. OG schaft gedurende deze tijd veertien gebruikte exemplaren aan.
Deze zijn gebouwd door Hanomag, Machinefabriek Breda en Henschel und Sohn. Na de oorlog, in 1923 en 1924 worden de
eerste nieuwe locomotieven aangeschaft. Het betreft hier acht machines gebouwd
door Linke Hoffmann. De
personenwagons worden in de loop van de tijd betrokken van Beijnes en van Linke
Hoffmann. De postbagagewagens komen
eveneens van Beijnes maar het meeste nieuw aangeschafte goederenmaterieel komt
in het begin van Pennock.
De OG tram ca. 1940.
Het betreft de locomotief 20 met PD-rijtuig (postwagen) en BC-rijtuig
(personenwagen).
In de verzameling van de Museumstoomtram Hoorn – Medemblik bevinden
zich van de OG nog een goederenwagen en een rijtuig. Rijdend tussen Hoorn en Wognum-Nibbixwoud
is nog de gesloten goederenwagen OG E102 van de Tramwegmaatschappij Oostelijk
Groningen uit 1930 te zien. Het rijtuig moet nog gerestaureerd worden.
Station
Blijham
Het voormalige tramstation aan de Winschoterweg is nog een getuige van
het tramverleden van Blijham. Het is gebouwd in 1915. Voor in de linkerkant van
het gebouw was de wachtruimte. Aansluitend in het midden was de werkruimte van
de stationsbeambte met kaartverkoop. De erker is functioneel geweest. Van
hieruit was er uitzicht op het gehele stations emplacement. Het overige deel
van het gebouw was ingericht als dienstwoning.
Deze werd destijds bewoond door stationschef Hesselink.
Aanleg
tramemplacement en stationsgebouw Blijham 1914.
Rechts op
de achtergrond de “Kleine Molen”.
Op het emplacement stond een watertorentje. Hiermee konden de
stoomlocomotieven voorzien worden van voldoende water.
Bij het station konden tramwagens worden aan- of losgekoppeld.
Het tramstation Kleine Molen was het knooppunt van de lijnen naar
Winschoten, Ter Apel en Bellingwolde. Het was strategisch gezien erg gunstig
gelegen.
De stoomtram vervoerde in hoofdzaak reizigers. Dit station was
daarnaast een drukke laad- en losplaats van onder andere aardappelen, bieten en
stro. Voor de landbouw werd er veel kustmest aangevoerd. Iedere maandag werd er
in dichte wagons vee naar de markt in Winschoten vervoerd. Van de eigen
zandgraverij van OG in Veele is per tram het zand naar Blijham aangevoerd voor
de aanleg van de Oosterstraat en Raadhuisstraat in het dorp.
De stoomtramlijn Blijham – Winschoten, liep langs de zuidzijde van de
weg door het dorp. Bij station Kleine Molen, sloot de lijn vanaf Bellingwolde
aan. Iets noordelijker op de Winschoterweg, stak de lijn de weg over liep
verder langs de noordzijde van de weg richting Winschoten. Meerdere personen
zijn hier lelijk ten val gekomen, omdat het wiel van de fiets heel gemakkelijk
in de rails terecht kon komen.
In het paardentramtijdperk lag het spoor hier echter ook aan de
zuidzijde van de weg.
Foto 1943
Lijn Winschoten - Ter Apel. Halte hotel
Vrieze in Blijham
Na het opheffen van de lijn heeft de provincie het beheer gekregen
over de gebouwen en de gronden van de lijn. Vanaf 1950 werden alle lijnen
opgebroken. Over delen van het tracé zijn wegen verbreed, fietspaden aangelegd
of werd de grond toegevoegd aan de berm. Van Winschoten naar Blijham is over het
tracé van de voormalige trambaan in 1953 een betonnen fietspad aangelegd.
Het stationsgebouw aan de Winschoterweg is aangepast voor het gebruik
als woning en met de tuin verhuurd. De ruimte waar de technische voorzieningen
aanwezig waren (watertank e.d.) zijn
afgebroken. De provincie heeft later een zoutopslag bak op het terrein gebouwd.
Hierin werd het wegenstrooizout opgeslagen en in de winterperiode gebruikt. Na
ingebruikname van andere steunpunten voor het onderhoud van de provinciale
wegen, is het gebruik van de zoutopslag beëindigd. De provincie heeft het hele
complex verkocht. Sindsdien is het een particuliere woning. De huidige
bewoonster is mevrouw Bos-Bultena. De voormalige zoutbak is verbouwd tot
garage.
Foto ca. 2005. Het tot woning verbouwde
tramstation aan de Winschoterweg
Voor zover bekend had de stoomtam halteplaatsen, waarbij ook de
mogelijkheid aanwezig was om binnen te wachten. Bij de Winschoterhoogebrug was
dit bij het café van T. van Duinen, bij de brug. In het centrum van Blijham
hotel Vrieze en café Brio. In Wedderveer waren de cafés Heising en Hazelhoff
(Speelman) halteplaatsen.
Ca. 1925
café Heising. Station Wedderveer van de stoomtrammaatschappij Oost Groningen
Ook was er een halteplaats tegenover het oude tolhuis op de hoek
Winschoterweg – Turfweg. Nu sluit de Turfweg daar aan op de rotonde. Door het
aanbrengen van een wissel, werd hier de
mogelijkheid geboden om landbouwartikelen te laden en te lossen.
Trampasseerstrook nabij de Onstwedderweg in Wedde
Op de achtergrond de oudste molen van Winschoten
die in 1857 naar Hoorn bij Wedde is verhuisd
De lijn richting Bellingwolde had een halteplaats bij hotel Ceres
tegenover de kerk.
Wedde – tramrails door het dorp
Bellingwolde Noord

Grenshotel Keizer
Het is niet Oll Graitje die bij het grenshotel staat maar de paardentram WB
(Winschoten-Bellingwolde) de voorloper van OG.
Stopplaatsen vaste en “op verzoek” vanaf de Louwdijk tot
Veele:
Uitspanning café Heising
Uitspanning café Hazelhoff
Oerdeweg
Onstwedderweg – Hier ook rangeerterrein laden/lossen
Hotel/café/restaurant “Buenos Aires”
Hotel/café/restaurant “Westerwolde”
t.o. Lageweg
Café “de Hongerige Wolf”
Sporen in
het landschap
Op meerdere plaatsen is nog het trambaan tracé te herkennen. We nemen u even mee langs wat punten in de gemeente Bellingwedde waar de tram vroeger heeft gereden,
We beginnen onze reis op het punt in Wedde waar vroeger café de Hongerige Wolf stond.
Hier ging de tram richting Vlagtwedde.
We zijn de weg overgestoken en gaan weer richting Wedde.
Hier waar nu het fietspad is liep vroeger de trambaan.
In Wedde aangekomen, liep de tram voor deze huizen langs.
Op dit punt in Wedde was er geen ruimte meer voor een aparte trambaan en lagen de rails in de weg.
Ook hier liep de trambaan en was er bij Hotel Westerwolde een stopplaats.
Op de plaats van de oude Rabobank stond dit hotel.
We zijn hier bij het gemeentehuis van Bellingwedde. Op dit punt stond vroeger Hotel Buenos Aires.
De trambaan heeft hier weer ruimte naast de weg.

Even verderop een brede berm met veel bomen. Hier was een rangeercomplex en bij de bosjes
was een wachtlokaal. Op oude foto's zijn op deze plek nog twee molens te zien.
Eén die op de hoek van de huidige Weverslaan stond en een watermolen, die rechts van de weg stond.
Beide molens zijn inmiddels verdwenen.

We gaan verder richting Wedderveer. Ook hier nu een mooi fietspad op de oude trambaan.
Op dit punt maakte de tram een oversteek van rechts naar de linkerzijde van de weg.
Op dit punt tegenover woning de Aa-stroom schijnen een aantal ernstige ongevallen te zijn gebeurd.

Op deze locatie stond vroeger uitspanning Hazelhoff in Wedderveer
Wedderveer met twee uitspanningen, speeltuinen en zwembaden was echt een publiekstrekker
We zijn weer een stukje verder en komen op de plek waar vroeger uitspanning Heising stond.

Hetzelfde punt maar nu wat verder naar achteren gelopen, komen we op de plek waar vroeger zwembad Triton was.
We vervolgen onze weg richting Blijham
Café Brio en café Velema waren stopplaatsen van de tram.
Het Centrum van Blijham, waar het gemeentehuis van Wedde stond en hotel Nieuwburg.
Het voormalige station van Blijham aan de Winschoterweg
We vervolgen onze weg richting Bellingwolde en zijn nu op de plek in Blijham die vroeger Kerkhörn werd genoemd.
Bij de Heemen in Blijham was ook een los- en laadplek
Hier in Bellingwolde had de tram alle ruimte op de Blijhamsterweg.
Ook hier was een los- en laadstation
Bellingwolde zuid. Hier boog de trambaan linksaf naar Bellingwolde
Op deze plek in Bellingwolde, waar vroeger het postkantoor stond, was een aftakking met een los- en laadstation.
Aan het eind van deze aftakking stond ook een pompgebouw.
Nauwelijks voor te stellen, maar even voorbij dit huisje stond vroeger grenshotel Keizer. Stopplaats van de tram.
Het gebouw Oudeschanskerweg 2
is de voormalige remise. Hier was plaats voor twee locomotieven.
Ongeveer
40 jaar heeft de stoomtram bijgedragen aan verbeterde vervoersmogelijkheden van
en naar het dorp, maar door nieuwe en snellere ontwikkelingen is de tram
ingehaald.