Foto's‎ > ‎

Post Middendorp Collectie

Versche Lucht en Zonlicht in onze Woning

Over het werk van de huisarts Pieter Bloemers Middendorp uit Bellingwolde en de fotograaf Tonnis Post uit Winschoten met als onderwerp: "De erbarmelijke woontoestanden in het Groningse Westerwolde in het begin van de vorige eeuw".

 

Pieter Bloemers Middendorp
 

Tonnis Post





De tekst van deze pagina's is gebaseerd op de catalogus behorende bij de expositie over dit onderwerp, die enige jaren geleden georganiseerd werd door de Provincie Groningen in samenwerking met de Werkgroep Noorderlicht.

Tekst: ©Eddie Marsman, gepubliceerd met toestemming van de auteur. Samenstelling: Marten Fokkens.
De foto's werden verkregen via de Provincie Groningen.

Met dank aan wijlen de heer Graddus Nobbe te Wedde, die steeds maar weer met nieuwe aanvullingen bij de foto's kwam.


foto O16-73D

(Een selectie uit de Middendorp-collectie)


Pieter Bloemers Middendorp, in 1877 in Steenwijk geboren, begon met het aanleggen van 'zijn' collectie tijdens zijn medicijnenstudie aan de universiteit van Groningen. Nadat hij enige tijd als scheepsarts en als waarnemer van een huisartsenpraktijk in Hoogeveen had gewerkt, vestigde hij zich in 1908 in Bellingwolde, waar hij als arts lid werd van de regionale Gezondheidscommissie. Dergelijke commissies waren overal in Nederland in het leven geroepen na de totstandkoming van de Woningwet en de Gezondheidswet in 1901 en hadden (ook toen al) tot taak onderzoek te verrichten naar de woonomstandigheden ter plekke en de gemeentebesturen op grond van hun bevindingen van advies te dienen.

Nadat Middendorp tijdens een woningcongres in Den Haag in september 1913 was gebleken hoe weinig voortgang de commissies over het algemeen maakten, besloot hij de hulp van de fotografie in te roepen om zijn argumenten kracht bij te zetten en nam contact op met een plaatselijk bekende fotograaf: Tonnis Post. Nog datzelfde jaar ondernamen zij hun eerste gezamenlijke tocht door Westerwolde. Een deel van de foto's zou een jaar later, vergezeld van een vlammend betoog van Middendorp, worden gepubliceerd in het tijdschrift Het Groene en het Witte Kruis onder de titel 'Versche lucht en zonlicht in onze woning'.

Ondanks het feit dat het document (niet alleen vanuit de hedendaagse optiek) z'n waarde grotendeels ontleent aan het feit dat het om foto's gaat, is er over de maker daarvan relatief weinig bekend. De fotohistoricus Jan Coppens, die in zijn boek De Bewogen Camera (Meulenhoff, 1982) het werk aan de vergetelheid ontrukte, meldt over Tonnis Post weinig meer dan de twee jaartallen waartussen zijn leven zich afspeelde (1877 en 1930) en het feit dat 'de vakman' Post in Winschoten vooral bekendheid genoot als portretfotograaf.

De onbeschrevenheid van Post wordt deels verklaard door het feit dat diens rol in het project, ondanks het gewicht van zijn bijdrage, een ondergeschikte was. Het initiatief tot het maken van de foto's ging uit van Middendorp en hij was het ook die het gebruik van de foto's bepaalde. De foto's werden en worden eigenlijk niet beschouwd als 'foto's van Tonnis Post' maar als 'foto's van erbarmelijke woonomstandigheden'.

De positie van de fotograaf valt ook af te lezen uit het feit dat zijn werk naamloos deel uitmaakt van de in het Rijksarchief te Groningen bewaarde 'collectie Middendorp'. Onder de vele foto's van huizen, hutten en keten in deze collectie bevindt zich eveneens een onbekend aantal foto's van anderen dan Post. Zo bevatten enkele bewaard gebleven originelen niet het gebruikelijk door Post met een tang aangebrachte naamstempel.

Van één van deze originelen, een foto van de hut van Geerts in Hollandsche Veld, gemaakt omstreeks 1905, is de maker bekend: de uit Hoogeveen afkomstige fotograaf Jochum Amerika.

Het werk moet voor Post en Middendorp een zware klus geweest zijn. In Westerwolde stonden rond die tijd ruim vijf duizend woningen waarvan slechts één derde aan een verharde weg. (Nog tot het einde van de vorige eeuw werd arbeiders het recht ontzegd aan de grote weg te wonen.)

Van elke 'visite' werd door Middendorp verslag gedaan: de afmetingen van de woning, het formaat van de bedsteden, het dakbeschot, het aantal bewoners en hun fysieke toestand - het werd allemaal nauwkeurig genoteerd en naderhand op de achterzijde van de foto's overgenomen. (Van de meest 'geslaagde' opnamen liet Middendorp lantaarnplaatjes vervaardigen die hij gebruikte bij de vele voordrachten die hij hield over het onderwerp.)

Post maakte niet alleen buitenopnamen van de 'woningen', maar fotografeerde in een aantal gevallen ook de interieurs. Dit bracht zo de nodige problemen met zich mee. De woningen waren meestal zo klein dat hij niet de benodigde afstand kon nemen en de foto's eerder resulteerden in portretten dan in interieurs. Een van de bewaard gebleven originelen bevat op de achterzijde de veelzeggende opmerking "photo is van te dichtbij genomen zoodat hij [de woning] groter lijkt dan hij is". In de tweede plaats was het er vaak dermate donker dat het gebruik van kunstlicht (magnesiumpoeder) noodzakelijk was hetgeen in de bedompte ruimtes niet zonder risico's was.

Toevoeging G. Nobbe te Wedde:

Dokter Middendorp kwam met zijn fotograaf overdag langs en bij het maken van foto's werden er mensen opgezet die toevalligerwijs aanwezig waren. Het ging er dus maar om om de woon- en leefsituaties weer te geven van de erbarmelijke omstandigheden.  


foto D22-6D

Een geval apart vormden de foto's van de bedsteden: aangezien de bezoekers overdag kwamen dienden de bewoners voor het maken van de foto even het bed te kiezen. Vrijwel iedereen ligt dan ook geheel gekleed te bed, maar gezien de aard van de slaapgelegenheden is het maar de vraag of dit er 's nachts werkelijk anders toeging. De bewoners staan, zitten en liggen er over het algemeen lijdzaam bij. Netjes poseren ze voor de fotograaf, dat plezier wilden ze de dokter wel doen. Ze hadden hem tenslotte weinig anders te bieden in ruil voor zijn diensten.
Het valt te betwijfelen of ze geweten hebben dat het resultaat uiteindelijk gebruikt zou worden om hun woningen onbewoonbaar te verklaren en hun verhuizing naar een andere, soms maar weinig betere behuizing, af te dwingen.

Nog in 1913, het jaar waarin Post en Middendorp met hun werk begonnen, werden er in Westerwolde dertig woningen afgekeurd: zeven minder dan in de tien voorafgaande jaren samen. In het daaropvolgende jaar 1914 zouden het er zes zijn, in 1915 nog eens achttien. Daarna zou het aantal weer sterk afnemen; het totaal over de jaren 1916 - 1922 bedroeg niet meer dan zestien. Dit had evenwel minder te maken met de toenemende kwaliteit van de woningen als wel met de toenemende verslechtering van de economische situatie. Op 'versche lucht en zonlicht' heeft zoals bekend niet alleen menig Westerwolder maar ook menig Nederlander nog jaren moeten wachten.
Subpagina''s (2): Foto's Reacties