Veelerveen

Nienoordstreekje

In Veelerveen in het Loosterveen lag vroeger het Nienoordstreekje. Het waren een tiental huisjes die er in 1916 werden gebouwd door de vervener Nienoord. Het waren de optrekjes van de veenarbeiders, waarin veelal een echtpaar woonde met 7 à 8 kinderen. De toegang tot deze streek bestond uit een onverharde weg vanaf de Veendijk, langs een kanaal welke in de volksmond Potswieke werd genoemd. De arbeiders leefden van het afgraven van het veen en stroopten daarbij wild, zoals hazen reeën of vis. De buit werd geslacht en verdeeld onder de arbeiders. Het streekje had geen goede naam. De veldwachter(koddebeier) durfde er in zijn eentje niet naar toe........

De ververvener J.Nienoord was directeur van de strokartonfabriek "Ceres" te Oude Pekela.

In april 1958 zijn de huisjes afgebroken en resteert er niets meer van deze huisjes.
Dankzij amateur historicus Pieter Meijer uit Veelerveen is deze informatie weer boven tafel gekomen.

Van Jaapje Drenth-Speelman uit Vlagtwedde kregen we nog wat namen door van families die er hebben gewoond. Jantjes ouders hadden vlakbij de huisjes een boerderij. De verstandhouding met de families was goed volgens haar. De namen die zij zich nog wist te herinneren zijn: Boltjes, Stadlander, Staats, Sweertman, de Groot, Kruze, van Iren, Stel, Winkels en Veen.



Op deze luchtfoto zijn de huisjes nog te zien, rechts van de gele pijl
De luchtfoto is een deelvergroting van een verkenningsfoto uit 1944
van de RAF, de Engelse luchtmacht





De huisjes toen ze op het punt stonden om te worden afgebroken



Nienoordstreekje situatie 2014

Na de vervening en de daarop volgende ontginning gaven ook de laatste bewoners omstreeks de tweede helft van de twintigste eeuw de voorkeur aan de veel modernere, onder architectuur gebouwde vierkamerwoningen aan de Verbindingsweg russen Veelerveen en het Rhederveld.

Via e-mail kwamen we in contact met één van de nazaten van de vervener Nienoord, die ons wees op de familiewebsite www.nienoord.org. Hele interessante informatie voor de genealogen onder u.

De Vijf Venen

We kregen deze foto toegestuurd van Jantje en Harm Edens. Op de foto staat het gebouw de Vijf Venen in Veelerveen. Dit gebouw zou je in de tegenwoordige tijd een multifunctioneel gebouw noemen. Het was een café, een winkel, het clubgebouw van de voetbalvereniging Veelerveen en het was een Waterschapshuis. Stond in de buurt van het voetbalveld.

Verbindingsweg


Aan de Verbindingsweg richting Rhederveld ontstond in de jaren twintig een kleine wijk met veenarbeiders woningen naar een ontwerp van de bekende architect M.J. Granpré Molière.

De woningen zijn in rode baksteen opgetrokken en zeer eenvoudig vormgegeven. De huizen zijn opvallend ondiep om zoveel mogelijk licht en lucht in de woning te krijgen. Aangezien de meeste veenarbeiders nog erbarmelijk waren gehuisvest, gold deze wijk als voorbeeld hoe het zou moeten. De bebouwing in Veelerveen is nog redelijk intact. Juist vanwege de sociaal-economisch historische betekenis van de structuur van deze jonge ontginningsnederzetting kan Veelerveen aangeduid worden als een gebied met bijzondere waarde. (bron Groningen Gids)






Eén van de weinige huizen aan de Verbindingsweg die nog redelijk origineel zijn




In het archief van de Gemeente Bellingwedde troffen we ook nog wat oudere foto's aan:





Een kolonie van eveneens een tiental woningen voor de fabrieksarbeiders, staande aan de Oude Veendijk achter de voormalige aardappelmeelfabriek onderging hetzelfde lot. Ook dit woonoord verdween van de landkaart en alleen ingewijden weten nu nog waar deze woningen eens stonden.

Slechts een twintigtal tot op de dag van vandaag nog steeds bewoonde eertijdse fabriekswoningen langs het Ruiten Aa kanaal bleef gelukkig bewaard en getuigt nu nog steeds van het veekoloniaal verleden van Veelerveen






Sluis

Voormalige sluis Veelerveen - Spetse brug


Van der Wal, mit zien Swienebere

Als inleiding:

Als mijn vader een zeug had die gedekt moest worden, werd deze in een speciaal daarvoor gemaakte “krat” gedreven en met veel moeite op een wagen geladen, paard er voor en dan (in het dorp) naar “berenhouder” Albert Bots. Krat met zeug van de wagen af en als de zeug berig (roezig) was, werd ze gedekt en daarna weer opgeladen en was de zeug nog niet “goed” berig dan bleef ze “logeren” en werd later weer opgehaald. Al met al het koste veel tijd en moeite om een zeug gedekt te krijgen. En de vele handelingen waren ook niet altijd even diervriendelijk.

Roelf van der Wal, geboren in 1896 had een klein boerenbedrijf en ook een
dekbeer. Hij had een groot gezin met 8 kinderen. Het kostte nogal wat moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Hij kreeg een helder idee: laten de mensen met hun zeugen niet bij mij komen maar laat ik ze met de beer bezoeken.Voor hem de kans om extra te verdienen en voor de “klanten” minder rompslomp. V.d.Wal richtte z’n beer dusdanig goed af dat hij gehoorzamer was dan vele honden. Met een twijgje in de hand liep hij, met z’n beer land en zand af. Onvoorstelbaar veel kilometers heeft hij zo afgelegd. Kwam het bezoek vandaag de zeug nog niet gelegen dan kwam hij één of twee dagen later wel weer langs. Je kon hem alle tijden van de dag, maar ook in de nacht verwachten. Ik herinner me nog dat er rond middernacht op het raam getikt werd en een stem klonk: “van der Wal mit de swienebere!” Hij heeft diverse beren gehad maar de bekendste was wel “Flores”. Hij praatte ook tegen de beer: “zo Flores noar binnen we op de Veelersluus en mouten we nog even achter noar Muntingoa’s loane”.
Als hij kinderen voorbij kwam begonnen deze spontaan te zingen:

Langs berg en dal, lopt van der Wal,
al mit zien swienebeer, al mit zien swienebeer.
Al is de weg ook nat en vies, hai wait zien adres precies.

Van derWal sloeg rustig de maat. En bij negatieve opmerkingen:
“de mensen lachen d’r wel om, moar ik verdain ze mor even”.

Een aantal jaren later werden zijn activiteiten overgenomen door berenhouders
met een auto als berenvervoermiddel.Van der Wal was een trouwe bezoeker van het kerkje in Veelerveen. Door slaaptekort viel hij gemakkelijk in slaap, daarom ging hij tijdens de preek staan. Een vervelende bijkomstigheid was dat z’n beroep tot gevolg had dat hij een “luchtje” bij zich droeg. Maar dat was ook zo met boeren die ingekuild bietenloof of  kuilgras aan de koeien voerden.

Roelf van derWal heeft het vele Oost-Groninger boer(en)(tjes)  stukken gemakkelijker gemaakt om fokzeugen te houden, hij heeft er goed mee verdiend, dat was hem van harte gegund.

Tinus Kruize

P.S. wij nemen graag kennis  van aanvullingen of verbetering.