Chronologisch Overzicht Westerwolde en de Burcht

Jaartallen.................

Op Internet troffen we onderstaande lijst aan van 785 tot heden over de Burcht in Wedde. 


785
Karel de Grote was de heerser over o.a. Saksen. Omdat Westerwolde tot Westfalen behoorde en Westfalen samen met Oostfalen en Engeren de Saksiche staat vormden, behoorde Westerwolde bij Saksen.

875
De landstreek Westerwolde was gekerstend vanuit de missiestatie te Meppen. Het gebied was door Lodewijk de Duitser in de 9e eeuw geschonken aan het Duitse klooster Corveij, dat viel onder het bisdom Osnabrück. Dus viel Westerwolde onder Osnabrück. De stad Groningen viel als Drents dorp met het omliggende Gorecht onder het bisdom Utrecht. De naam Westerwolde komt voor het eerst voor in een inkomstenlijst van de abdij van Werden aan de Ruhr. Genoemd worden Westerwalde en Uneswido (Onstwedde).

1150
Een lijst van kerken van de abdij van Corvey aan de Wezer (bisdom Osnabrück) vermeld: Unsved, Wedde, Sallinge, Vlachtwedde en Vresschenlo.

1316
Westerwolde kende geen hoofdelingen en dus ook geen hoofdelingen die tot het rechterambt bevoegd waren, zoals elders, maar een democratisch systeem van verkiezen van 12 richters door de bewoners van de 5 kerspellen Sellingen, Vlagtwedde, Onstwedde, Wedde en Vriescheloo. In het jaar 1316 sloot men, vrijwillig, een verdrag met de Bisschop Lodewijk van Munster over hun status. O.a. mocht zonder toestemming van de bisschop geen versterking gebouwd worden in Westerwolde. Ook moesten de Westerwoldingers belasting in de vorm van hoendergeld (1 hoen per huis) betalen aan de bisschop van Munster. De Bisschop was daarmee feitelijk wereldlijk leider van Westerwolde. De direkte invloed van de stad Groningen en de Ommelanden ging aldus tot aan de (waarschijnlijk natuurlijke) grenzen van Westerwolde. De vertegenwoordiger van de bisschop was de drost, eerst gevestigd in de burcht van Landsegge bij Haren aan de Ems, later in de burcht te Wedde.

In de 2e helft van de 14 eeuw hebben de Addinga's geprobeerd hun macht als hoofdeling in Westerwolde te vestigen.

1361
Dit was het jaar van de Marcellusvloed en grote delen van Reiderland kwamen onder water te staan.

Westerwolde kwam daarmee aan zee te liggen. De oude zeedijk is bij Wedde nog duidelijk herkenbaar! De plaatsen Blijham en Bellingwolde werden later niet meer tot het Reiderland gerekend maar tot Westerwolde.

Adde Addinga, door overstromingen verdreven uit het Reiderland, verkreeg het leenheerschap over de Heerlijkheid Westerwolde van de abt van het klooster van Corvey (bij Höxter - Dtsl). Dus niet rechtstreeks van de bisschop van Munster! Westerwolde is tot in de 16e eeuw kerkelijk onderhorig geweest aan de abdij van Corvey en daarmee aan de bisschop van Osnabrück. In 1561 werd Westerwolde onder het bisdom Groningen gebracht. De kerkelijke invloed van b.v. het klooster Corvey blijkt ook uit het wapen van Winschoten, Sint Vitus. De kerk van Winschoten stond onder voogdij van het klooster van Corvey en gewijd aan Sint Vitus evenals Corvey. Overigens behoorde Groningen eerst onder het bisdom Utrecht, terwijl de ommelanden tot het bisdom Münster behoorden. Het wapen van Westerwolde bestaat uit een korenschoof met uitspringende aren.

1362-1370
Het huis te Wedde wordt gebouwd. (nu meestal genoemd de burcht te Wedde). Wedde als plaats voor een burcht is niet toevallig gekozen. Wedde lag aan een handelsroute welke van de stad Groningen naar Lingen en Westfalen leidde.

1391
In dit jaar is voor het eerst sprake, in een oorkonde, van het huis te Wedde. Egge Addinga (zoon van A) wordt echter nog aangeduid als hoofdeling in Reiderland. De bevolking van Westerwolde kon moeilijk de heerschappij van Egge Addinga accepteren. Zoals de rechtspraak, het opleggen van boetes en tolheffing. Toen E op weg was van Onstwedde naar Wedde, is hij ter hoogte van Wessinghuizen aangevallen en vermoord. Toch blijkt vervolgens de macht van de Addinga's. De Westwoldingers beloofden, in een oorkonde dd 4-6-1391, aan Adde, Hayo en Boele (nog minderjarige zonen Egge) Focke Kekesma (wed E) en Umke Rypperdes (hoofdeling Farmsum) en Wyarde Memminge (hoofdeling te Bunde), Memmen en zoon Tiabbeken Jelderkes de verplichtingen na te komen die zij ook hadden met de overleden Egge.

1392
In dit jaar wordt, voor de eerste maal, in een acte (12-3-1392) het slot te Wedde genoemd, bewoond door de Addinga's. In deze acte van Hendrik, bisschop van Munster wordt bevestigd dat Wyarde Memminge, Memmen en Tiabbeken Jelderkes hebben verkocht en overgedragen het slot met land en rechten op geheel Westerwolde alsmede het rechterschap etc.

1400
De bisschop van Munster verbindt zich met Hayo en Boele over het recht en bezit van Westerwolde. Adde was toen waarschijnlijk reeds overleden.

1401
Hayo was aanwezig in de Ripperda-borg te Farmsum toen de Schieringers de borg met geweld innamen (duurde 3 dagen). Veel aanwezigen "zeerovers" werden verdronken in de gracht. Hayo werd naar Groningen gebracht en zat 7 jaar gevangen.
Munster en Groningen sloten een verdrag waarbij de bisschop 2000 goudguldens kreeg voor de toegang van de Groningers in Westerwolde. -Naar boven-

1427
Hayo sluit een verdrag met Groningen (zoenoffer 400 Beiersche guldens) en met de Bisschop van Munster, en behoort dan tot de Bisschoppelijke vasallen. Ook Hayo had met de Westerwoldingers de nodige problemen, hij sterft echter een natuurlijke dood en zoon Egge wordt hoofdeling van Westerwolde, hij benoemd de voorzitter van de 12 Gemeenterichters. Egge sluit een verdrag met de bisschop van Munster.

1443
In 1443 sloot Groningen een verbond met Egge Addinga. De stad Groningen probeerde hun macht en hun invloed in Westerwolde uit te breiden.

1444
Elmich Cirksena, Heer van Oost Friesland beklaagt zich bij Groningen over de rooverijen van den handel (vooral van de Hamburgers) door Oost Friesche ballingen waar ook Egge bij betrokken was.

1447
Ook de bevolking van Westerwolde had groot ongenoegen over het optreden van Egge A. Dit betrof met name het binnenhalen en beschermen van vreemdelingen en ballingen. De Westerwoldingers sluiten met de Groningers een overeenkomst om het eigenhandig optreden van de hoofdeling in te perken. (rechtspraak en veiligheid) Men kon na een uitspraak van de meente of landrichteren (voorzitter de hoofdeling) binnen 10 dagen in beroep gaan bij Groningen. De hoofdeling was het hier niet mee eens en zag kans om dit iets meer naar zijn hand te zetten (benoeming richters etc).

1448
De 12 richters veroordeelden een inwoner van Weener, E was het met dit vonnis geheel oneens. En greep in, de Weener werd gevangen gezet in de borg. Tegelijkertijd lichtte hij de bisschop van Munster in. Echter de Richters vroegen de Groninger Raad om vrijstelling van de gevangene. Dit alles liep nog met een sisser af.

1458
De ingezetenen van Westerwolde sluiten een overeenkomst met de kinderen van Egge A en andere hoofdelingen.

1459
De redgers (richters), onderzaten en ingezetenen bevestigen opnieuw hun leenroerigheid aan de bisschop (zoals in 1316), en de bisschop bevestigde hun rechten, goede gewoonten en vrijheden. Dit betekent dat Egge niet volledig werd erkent (zacht uitgedrukt). Egge op zijn beurt verklaarde bij de bisschop de leenroerigheid van hem, zijn ouderen en van zijn voorzaten op geheel Westerwolde. Egge hield vervolgens de pachten en inkomsten behalve het hoendergeld (rechtstreeks verschuldigd aan de Bisschop van Munster, en ingevoerd in 1316).
Met voorgaande feiten werden de Westerwoldingers weer onderdanen van de bisschop.

1464
Het klooster te Terapel dateerd uit 1464. Het is een kruisherenklooster, vanaf deze tijd is ook de plaats Terapel ontstaan.

1470
De Westerwoldingers probeerden zich nog meer los te maken van Egge A. Zij schreven "het Westerwolder Landrecht van 1470". Een heel byzonder stuk tekst! Met name gebaseerd op door gebruik in het verleden ontstane rechten en plichten. Honderden jaren lang werd er recht gesproken door 12 gekozen rechtsheren "gezworenen", een eigen democratisch systeem. Door de heerschappij van de heren te Wedde, had dit systeem betekenis verloren. Echter de keuze van de rechter was nu weer aan de 12 gezworenen, op eigen gezag weer ingevoerd. In deze tekst heeft men, op basis van overlevering en gewoonten, belangrijke rechten omschreven. Een en ander zonder overleg met Egge A. <159>
In dit landrecht staan b.v. ook bepalingen over de breedte der wegen. Bij heerwegen (hoofdweg van Winschoten via Wedde naar Bourtange) is dit 32 voet, bij kerkwegen 12 voet, bij lijkwegen en bruggen 6 voet.

1473
Tegenslagen voor E, het overlijden van zijn dochter en even later haar echtgenoot. Het leven van E werd een aaneenschakeling van willekeurige en wederrechtelijke handelingen. Tyrannie is de samenvattende benaming.

21 april 1475
Dit is de dag van de afrekening. Er ontstaat een grote volksoploop en E wordt door woedende Westerwoldingers achterna gezeten en vlak bij de borg dood geslagen, de borg wordt geplunderd. In die tijd was nog sprake van bloedwraak. Het lijk werd dan, voor de begrafenis, getoond aan de Hoofdrechter. Vervolgens kwam er een wettige, openbare, en plechtige betuiging van wraak te willen nemen. Daarna werd het lijk naar de kerk gedragen en begraven. Bij de begrafenis werd door de oudste zoon met getrokken zwaard nogmaals tot wraak opgeroepen. De bloedwraak van Hayo de zoon van E wordt echter, met tussenkomst van de Bisschop, afgekocht! Wel werden later enige daders opgepakt en ter dood gebracht.

1476
Op 7/7/1476 is gedateerd een verdrag (verdrag van Berergern) In dit verdrag staat dat Haye A een bekwame richter aanstelt en de ingezetenen benoemen 12 richters welke toezien op goede rechtspraak etc.

Hayo werd hoofdeling van de bisschop, maar was feitelijk een duitse roofridder en was nog erger dan zijn vader. De nieuw gekozen pastoor van Onstwedde was iemand met karakter. Hij liet zich niet beledigen door de mannen van H. en ging tegen hen in. Vervolgens werd dit overgebracht bij H en deze ontbood de pastoor op de borg. Echter de pastoor herhaalde hier zijn tegenwerpingen. Dit had H niet verwacht en hij accepteerde dit ook niet. Het directe gevolg was dat de pastoor op een gruwelijke manier werd vermoord. O.a. vierendeling met paarden. De Westerwolders namen het besluit rechtstreeks hun beklag bij de Paus te doen, ze vertrouwden uiteraard de hoofdeling en de bisschop niet. De nacht voordat de priester in Onstwedde af zou reizen naar de Paus werd deze opgepakt, mishandeld en verdronken door de mannen van H. Hiermee groeide de weerstand tegen H. en het volk bereidde zich voor op oorlog met H. en trotseerde zijn plannen om het lijk van de priester te verbranden. Hier begon de nederlaag van H zich af te tekenen. Maar de verklaring van H dat ook Blijham en Bellingwolde tot zijn gebied behoorden was met name voor de stad Groningen de druppel die de emmer deed overlopen, beide plaatsen behoorden bij het Oldambt en daarmee tot de invloedsfeer van de Stad.
Ook de officiaal van Osnabruck, en uiteindelijk ook de bisschop van Munster, keerden zich tegen hem.

1478
De Groningers kwamen naar Wedde en braken de borg tot de grond toe af. De bisschop van Munster liet niets van zich horen. Daarna stelden ze zelf een Drost aan welke zich vestigde in de Pekelborg. Hayo bracht het leven er af, ondanks zijn gebroken macht heeft hij nog herhaaldelijk geprobeerd weer meer invloed te krijgen.

1 april 1482
De bisschop verpandde en gaf voor de duur van 20 jaar in leen aan de stad Groningen het gericht over de vijf kerspellen Wedde, Vlachtwedde, Onstwedde, Sellingen en Friescheloo, voor 2.000 Overlandsche rijksguldens als pandpenningen. De Groningers bouwden een borg aan de Pekel A. En de drost aldaar ging over Westerwolde en het Oldambt. De tweede drost werd gevestigd in Oterdum aan de Eems en ging over de dorpen in het kleigebied. Oterdum was toen redelijk belangrijk o.a. door de ligging. Oterdum werd in de 16e eeuw zelfs nooit ingenomen door de Groningse spaansgezinden, hoewel daartoe omliggende gebieden onder water werden gezet. Tussen Groningen en de bisschop van Munster ontstond een verwijdering doordat de bisschop vond dat Groningen veel te ver ging.

1486
Hayo A klopte vergeefs aan bij de abt van Corvey. Maar het gevolg was wel dat hij toestemming kreeg van de bisschop om de borg weer op te bouwen, zij het onder beperkende voorwaarden. Hij beloofde een getrouw leenman en onderdaan te zijn etc. Hij wordt dan ook erfelijk ambtsman van de Bisschop. De opvolger van Hayo was zijn zoon Jurgen, deze wordt eenvoudig Jonker te Wedde genoemd. In 1525 opgevolgd door zijn zoon die weer Hayo heette.

1489
Hermannus Kopis wordt aangesteld als richter namens Conrade van Redberge, bisschop van Munster.

1498
In dit jaar gaan alle rechten weer naar de Bisschop deze wordt daarmee wereldlijk landsheer van Westerwolde.

1514
De stad erkende hertog Karel van Gelre als heer en beschermer. Deze wilde een Oost Nederlandse staat met Arnhem als hoofdplaats.

1515
Johan ten Venhus wordt aangesteld als richter namens de bisschop van Munster.

1520
Omstreeks dit jaar bereikte de Dollard zijn grootste omvang. Westerwolde lag daarmee in het Noorden aan zee. Het Westerwolder landrecht vermeld zelfs iets over strandvonderij. Vanaf deze tijd werd de Dollard langzaam door dichtslibbing en bedijking van polders weer teruggewonnen.

1530
Hertog Karel van Gelder wordt meester van Westerwolde, het Oldambt en het kasteel. Veldheer Berndt van Hackfort zorgde daarvoor. en wordt daarom drost, naast het beheer ook belast met rechtspraak. Onder Karel wordt er verder gebouwd aan het kasteel. Een ringmuur met 4 bastions, een poortgebouw met gevangenen cellen. De kerktoren van Vlagtwedde diende o.a. als bouwmateriaal. Eeuwenlang is er recht gesproken in de burcht te Wedde, de terechtstellingen gebeurden op de giezelbarg welke even buiten Wedde ligt.

1533
De hertog geeft het Wedder slot in leen aan Vrouwe Bawyne van Heemstra (Weduwe Roelof van Munster).

1536
Georg van Munster (zoon van) is slotvoogd. Hij wordt tijdens de veldslag met 's keizers (Karel V) stadhouder van Groningen, Georg Schenck van Toutenburg, gevangen genomen. Keizer Karel streefde naar een Bourgondische staat van 17 Nederlandse gewesten. Schenk van Toutenburg werd leenheer van Westerwolde. De aanspraken van Munster golden volgens hen niet meer, de aanspraken van de Addinga's niet meer erkend.

1538
Door de Westerwolders werd een verzoek ingediend bij Keizer Karel. Dit betrof het terugbrengen van de zware lasten ingevoerd door Karel van Gelre, en het herstellen van de privileges en rechten. Gedateerd 12/8/1538 is de akte van Keizer Karel waarin eerstens door Keizer Karel wordt bevestigd het verzoek van de inwoners:
zij ontlast worden van zwaarvallende erfdienstbaarheden zoals
- huisdienst
- molenrecht
- handhaven van privileges en rechten, sinds onheugelijke tijden in bezit van Westerwolders
- wel het betalen van jaartax en hoendergeld zoals altijd gebruikelijk
Na advies etc is het besluit van Keizer Karel:
- zij zullen worden geregeerd op rechtvaardige wijze
- zij zullen richters krijgen uit Westerwolde zoals gebruikelijk
- de huisdienst maximaal 1 dag/jaar te verrichten voor de drost of ambtsdragers
- het koren hoeft niet meer verplicht bij de aangewezen molens te worden vermalen
- buiten het hoendergeld wordt de jaartax 320 gouden guldens verdeeld over de dorpen
- tegen vonnissen van de drost kan in beroep gegaan worden bij de stadhouder en hoofdmannen van de stad Groningen en Ommelanden. Westerwolde komt aldus in handen van Keizer Karel V, ook de borg, per 25/8/1538. Keizer Karel stelde twee rechters aan, over Blijham en Bellingwolde, en over Westerwolde, zij stonden onder gezag van de drost te Wedde. Men kon dus in beroep gaan bij de Drost en vervolgens bij de Stadhouder en de hoofdelingen. Bovendien benoemde hij Georg Schenck van Toutenburg tot leenheer van de heerlijkheid Wedde, Westerwolde, Blijham en Bellingwolde wegens zijn trouwe dienst.

1540
Karel Schenk volgt zijn vader op. Deze Karel stond niet in hoog aanzien in vergelijking met zijn vader. Tijdens de periode Schenk wordt er gebouwd aan het kasteel, zie ook de nog aanwezige gedenksteen met jaartal 1541 en 1558.

1545
Op 11-jarige leeftijd kwam prins Willem van Oranje in de Nederlanden. Hij stond in hoge gunst bij keizer Karel en diens zuster de landvoogdes Maria.

1555
In de grote zaal van het hof van Brabant te Brussel, het oude paleis van de hertogen van Brabant, deed Karel V op 25 october afstand van de regering. Philips II de opvolger van Karel V ging al snel terug naar Spanje, dit land had zijn voorkeur. Spanje was een rijk en machtig land. Een voorbeeld van de Spaanse heerschappij is b.v. de gedeeltelijke vernietiging van de Inca´s in de eerste helft van de 16e eeuw. De buit bestond uit zeer grote hoeveelheden goud en zilver, welke naar Spanje vervoerd werden. Is daaruit misschien de oorlog met de Nederlanden betaald?

28 februari 1561
Schenk draagt het slot en leenheerschap over de Heerlijkheid over aan de Stadhouder Johan de Ligne, graaf van Arembergh en diens echtgenote Margaretha van der Marck, tegen f 1000 per jaar levenslang. Een en ander met toestemming van Philips II en dus kreeg Westerwolde een spaansgezinde Leenheer. Karel Schenk overleed echter voor de eerste vervaldag, de stadhouder kreeg het leen dus min of meer als geschenk, maar dat duurde niet lang.

1567
In dit jaar wordt het Westerwolder Landrecht vernieuwd.

Op 22 augustus in dit jaar, na de aanbieding van het smeekschrift door de edelen aan de landvoogdes een jaar eerder, was de intocht van Fernando Alvarez de Toledo, hertog van Alva in Brussel. Hij had een leger van 10.000 man.
Misschien toch niet toevallig dat dit jaar het Westerwolder Landrecht werd vernieuwd (met de bisschop van Munster).

1568
Op 24 april kwam Graaf Lodewijk van Nassau, vanuit Duitsland, in Westerwolde. Hij nam de borg in, en vestigde er een gedeelte van zijn leger.
Zie de geschreven motivatie van Willem van Nassau.
Arembergh was op dat moment elders. Het leger van Arembergh was niet erg gedissiplineerd, o.a. Spanjaarden. Daarom moest hijzelf voorop in de strijd tegen Nassau. Op 23 mei kwam het bij Heiligerlee tot een treffen tussen het leger van Nassau en de spaansgezinde graaf Arembergh. Het gevolg was dat graaf Adolf en Arembergh het leven verloren, in deze eerste slag van de 80-jarige oorlog. Dit was de eerste keer dat de vaandel van de Nassau's in de Nederlanden wapperde! De bezetting door Nassau hield echter geen stand, voornamelijk door de beperkte middelen om de manschappen aan zich te binden.
De borg had een behoorlijke bescherming met een ommuring, wallen en meerdere grachten. Karel van Arembergh volgt zijn vader op als leenheer van Westerwolde, en Mathias Ort werd (benoemd door de erfgenamen) drost op de burcht. Er braken moeilijke tijden voor hem aan, dan weer bezet door de Staatsen dan weer Spaansgezinden.

Hoewel er vanaf de invoering van de "hoenderbelasting" in 1316 lijsten moeten hebben bestaan van het aantal huizen en inwoners van Westerwolde, zijn eerst vanaf 1567 deze lijsten bekend. Eind 15e eeuw stonden in Westerwolde 148 huizen en in 1568 waren dit 178. In 1807 was dit aangegroeid tot 539.
De slag bij Heiligerlee heeft zich niet beperkt tot Heiligerlee. Ook aan de weg naar Wedde en in Wedde zijn veel huizen verwoest, dit is bekend aan de hand van de veel lagere opbrengsten op de hoendergeldlijsten en de opmerking:
"Int Karspel Wedde zindt in alles drie en dertig huijsen, arm en rick, die meestendeel verbrant ende verdornen bint".

1572
Zie brief Willem van Nassau over zijn oproep tot verzet

1579
Op bevel van Graaf Rennenberg wordt het kasteel te Wedde versterkt door Kapitein Cornput, echter dit kon, bij gebrek aan middelen, niet afgemaakt worden. De eerste landkaart van Westerwolde dateert uit 1579 ("Descriptio Phrisiae Orientalis" door koninklijk geograaf Christiaan sGrooten), de opdrachtgever was de Spaanse bevelhebber Alva, het doel was de militaire situatie in kaart te brengen.

1580
In 1580 werden, door Diderik Sonoy (Noord-Groninger Zeegeus) op bevel van Prins Willem, de 1e grote verschansingen gemaakt bij Wedde. De burcht werd toen waarschijnlijk behoorlijk verstrekt en waarschijnlijk ook de schansen Bourtange en Oudeschans.
In dit jaar werd het kasteel belegerd door de graaf van Hohenlohe. Hij werd echter met zijn mannen door graaf Rennenberg op de vlucht gejaagd. Friesland werd in 1580 staats, met Willem Lodewijk van Nassau als stadhouder.

1580
Aanleiding tot het opwerpen/uitbreiden van de verschansingen in Westerwolde was het feit dat Groningen spaansgezind bleef doordat Graaf Rennenberg (oorspronkelijk stadhouder van Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel en aanvankelijk staatsgezind) in dit jaar zich weer wende tot Philips II en dus Spaansgezind werd. In de jaren tot 1594 werd beetje bij beetje de rest van de provincie Groningen veroverd en de stad Groningen werd uiteindelijk geisoleerd door de Staatsen.

1583
In dit jaar werd de borg ingenomen door graaf Willem Lodewijk van Nassau, er werden maar een paar schoten gelost, met 1 dode. De bezetters kregen vrije aftocht met achterlating van de geweren en munitie. Helaas kwamen, een maand later, de spaanse bezetters terug onder leiding van Verdugo. De borg werd weer ingenomen met groot aantal doden en gewonden. Verdugo trok naar Bourtange en er bleef een bezetting van 150 man achter. Een maand later was het graaf Willem Lodelijk die bij de borg terugkwam. Hij kon de borg innemen zonder slag of stoot, nog voor het geschut was aangevoerd. Hij liet de tegenstanders onder ede verklaren dat ze gedurende 6 maanden niet voor Verdugo zouden vechten. Toen de bevelhebber later in Groningen Verdugo de overeenkomst toonde, werd deze zo kwaad dat hij de man het papier op liet eten!.

1589
Bij de sluis van de Moersloot in de Hamdijk werd een schans aangelegd, de Boonerschans. Dit accentueerd het feit dat vanaf 1988 vorderingen werden geboekt door prins Maurits en graaf Willem Lodewijk bij de inname van gebieden op de Spaans gezinde Groningers. Ook werd begonnen met de Bellingwolder schans, Oudeschans.

1591
Delfzijl werd veroverd op de spaansgezinden door prins Maurits en zijn neef Willem Lodewijk van Nassau.

1593
In 1593 werd de burcht definitief ingenomen door Graaf Willem Lodewijk van Nassau, zoon van Jan van Nassau, huis en goed werd door hem overgedragen aan de Staten Generaal.

1594
In 1594 verschenen de Staatse troepen voor de stad Groningen en werd ook de stad ingenomen.

In de jaren daarna werd door prins Maurits de vesting Bourtange verstrekt. Bovendien werden aangelegd of versterkt het Wedderslot, bruggenschans, Winschoten, Bellingwolder (Oude-) Schans, Langakkerschans (Nieuwe-) Schans, en Boneschans. Na het bereiken van de vrede werd de bemanning drastisch teruggebracht en werden deze vestingwerken slecht onderhouden en verdwenen uiteindelijk grotendeels. In 1665 en 1672 werd door de bisschop van Munster vanuit het zuiden Westerwolde ingetrokken en kon Terapel en Wedde innemen. De vesting Bourtange was versterkt en is nooit door vreemde troepen bezet.

1595
Hoewel Karel van Arembergh zijn vader opvolgde, wordt de drost te Wedde benoemd door de Algemene Staten, en dezen zijn nu ook heer en meester over Westerwolde.
Met de reduktie in 1595 werd in Westerwolde (Classis Westerwolde en Oldambt) de kerkordening (gereformeerde godsdienst) ingevoerd.

1596
Drost Entens krijgt op zijn hart gedrukt om alleen het Staatse gezag te erkennen en niet dat van de weduwe van Karel, Hertogin van Aerschot.

1599
Particulieren begonnen met de vervening van gronden langs de Pekel A.
Tot ca 1600 had het winnen van turf een kleinschalig en niet systematisch karakter. Wat toen wel het Bourtangerveen werd genoemd besloeg een groot gebied. Het gebied tussen Ruiten A en (nu) de Duitse grens. Het gebied op de grens met Drenthe: Terapel/ Musselkanaal/ en Stadskanaal. En de gebieden Wildervank/ Veendam Oude- en Nieuwe Pekela. De gemiddelde dikte van het veen bedroeg zo'n 3 meter. Naarmate het hout opraakte werd meer turf gegraven. Overigens de eerste veenkolonie werd door Van Ewsum in ca 1551 gesticht n.l. Leek.

1609
Tijdens het 12-jarig bestand (tot 1621) was het redelijk rustig op Westerwolde.

1617
Deze hertogin dacht, in 1617, dat de belangen van de familie het best gediend waren door het leenrecht over de Heerlijkheid Westerwolde over te doen aan de Amsterdamse koopman Willem van den Hove voor f 125.000. Deze adviseerde eerst (teneinde moeilijkheden met de Staten te voorkomen) om het leenrecht aan de Staten van Braband, Holland, Friesland en Overijssel te verkopen. Ook nakomelingen van de zuster van Hayo A kwamen met aanspraken.

1619
Groningen zag kans om voor f 140.000 het leenrecht te kopen van de koopman vd H. Sinds die tijd behoort Westerwolde bij Groningen. Groningen werd aldus leenheer namens de Staten van Overijssel. Daarmee had men heel Westerwolde in bezit omdat met de secularisatie reeds het klooster met de rijke kloosterbezittingen in Terapel naar de stad overgingen. Groningen stelde aanvankelijk ook de Drost aan, dit werd later door de Stadhouder gedaan. Het kasteel en Wedde waren de hoofdplaats van de heerlijkheid Westerwolde.

1621
In dit jaar werd de West Indische Compagnie opgericht. Groningen kreeg geen aandeel in de VOC. En mede daarom werd het aandeel van Groningen 1/9 e deel in de WIC. De WIC werd eigenlijk nooit een echt succes. De verscheping van huurlingen/ soldaten mocht wel via Delfzijl plaatsvinden. Dit met het doel om veel veroverigen te doen in Zuid Amerika. De vergelijking met 2003/4 dringt zich op: verscheping van Amerikaanse materialen naar Irak vanuit de Eemshaven. In 1674 werd de WIC weer opgeheven.

1628
De Langakkerschans werd versterkt (Nieuweschans) i.v.m. het dreigende gevaar uit Duitsland. Na 1594 werden voornamelijk de Oudeschans en Bourtange onderhouden, waarbij Bourtange garnizoensplaats werd. De belegering van Groningen door de bisschop van Munster gebeurde door vanuit het Zuiden op te trekken en niet vanuit het Oosten welke beheerst werden door de versterkte plaatsen. Wel is Nieuweschans nog kort ingenomen geweest (1673), waarschijnlijk door omkoping.

1648
Vrede van Munster, eind aan de tachtigjarige oorlog.

1650
Door de stad Groningen waren de meeste verveningsgronden overgenomen van particulieren. En in dit jaar kwam men tot overeenstemming met Onstwedde over de grens tussen de Onstwedder venen en de Stadsvenen. Op de grens werd de Barkelazwet gegraven.

1665
In de jaren 1663-1665 dreigde oorlog met de bisschop van Munster. Deze koos de kant van Engeland in de zeeoorlog met Holland om zijn veldtocht te financieren, zie ook duizenden scheepswrakken in de Waddenzee. De Bisschop van Munster wilde een belangrijke missie uitvoeren: het herstellen van de Roomse macht in Munster en de omringende gebieden.

In deze jaren werden daarom Coevorden en Bourtange, met hulp van de Staten van Holland, versterkt. In 1665 kon de bisschop een leger van 20.000 man bijelkaar brengen. Westerwolde werd onder de voet gelopen maar doordat het reeds eind september was toen de tocht begon en er veel regen viel liep de veldtocht op een mislukking uit. Bourtange kon bijvoorbeeld niet ingenomen worden.

Westerwolde was door de roerige tijden nog niet volledig herstelt van o.a. de plunderingen tijdens de tachtigjarige oorlog. Op 9 april 1666 werd te Kleef de vrede met de bisschop gesloten. Maar deze duurde slechts 6 jaar.

1672
Aangezien de positie van de bisschop niet verbeterd was zocht hij in 1672 hulp bij Lodewijk XIV in diens oorlog met Holland. Wederom kon een leger van 25000 man op de been gebracht worden. Om Bourtange ook vanuit het Westen aan te vallen werd bij Jipsinghuizen door de Munstersen een kamp met 1800 man opgezet. Een leger van 600 man en 50 ruiters van de Groningers wist met een verrassingsaanval in de slag bij Jipsinghuizen de Munstersen op de vlucht te jagen.
De daaropvolgende nieuwe troepen richtten zich meer op het Noorden maar bij Noordbroek moesten de Munstersen de vlucht nemen en uiteindelijk werden Wedde en Terapel bezet. Er werden 52 huizen vernield alleen al op deze tocht. Vanuit Wedde en Terapel volgden nog de nodige strooptochten over Westerwolde. Tijdens het beleg van Groningen door de Bisschop van Munster (Bommenberend) werd de burcht in Wedde gedurende korte tijd bezet. Tot de Franse bezetting (begint in 1798) bleef het kasteel de plaats van de Drost, daarom wel genoemd Drostenburgh.

1681
Willem III, stadhouder en koning van Engeland, bezocht de grensen van Groningen. Conclusie over Bourtange o.a. "de moerassen sich tegenwoordigh gants droogh bevinden en passabel". Het gevolg was dat de natte verdediging in de latere jaren werd verbeterd. Al in 1694 werd een besluit genomen om het in cultuur brengen, wat inmiddels gebeurde, weer tegen te gaan. De drang om te "boeren" was groter dan de maatregelen van de militaire strategen.

1706
Door de stad Groningen wordt de Ampliatie (notariëel afschrift van een grosse) van het Landrecht toegevoegd aan het Westerwolder Landrecht.

1740
In het Reiderland bleef de Nieuweschans belangrijk, omstreeks dit jaar bereikte Bourtange zijn grootste omvang. Daarna ging het langzaam maar zeker achteruit tot de tweede helft van de 20e eeuw.

1745-1749
Muntinghe drost te Wedde

1750-1753
Rudolf de Mepsche werd aangesteld als drost. Wegens zijn geweldadig verleden (huis Bijma te Faan,(24 executies onschuldigen) in het Westerkwartier werd hij door de bevolking met de nek aangekeken. Zie ook het verhaal elders op deze website. In 1753 weer ontzet uit het ambt.

1755-1777
Muntinghe drost te Wedde

Tijdens de periode 1755-1777 is er, volgens de overlevering, in de muren van de burcht een lijk aangetroffen. De schrijfster van dit verhaal suggereerde dat de Mepsche dit kon hebben gedaan (niet onlogisch). Maar waarschijnlijker is dat dit is gebeurd tijdens het leenheerschap van Karel Schenk (ca 1541). In die tijd gebeurde dit wel meer. In het kasteel Toutenburg te Vollenhove zijn zelfs 3 ingemetselde lijken gevonden. Het kasteel Toutenburg is gebouwd door Georg Schenk van Toutenburg (de vader van Karel).

1765
Groningen kocht (i.v.m. de afloop van de vervening in Wildervank/Veendam) een strook veen aan langs de Semslinie tussen Groningen en Drenthe.

1787
Men begon met de aanleg van het Stadskanaal, het hoofddiep, en pas in 1856 werd Terapel bereikt. De stad Groningen had overeenkomsten met de markegenoten in Westerwolde over uitlaat- en doorlaatgelden voor afvoer van de turf.

1795
Alle rechten over Westerwolde vervielen en Westerwolde werd bij de provincie Groningen gevoegd. Daarmee werd feitelijk ook de Oostgrens van de provincie bepaald. De laatste invallen van de bisschop van Munster dateerden uit 1672.

1798
Met de komst van de Fransen verviel de titel drost en de heerlijke rechten. De laatste drost kreeg de titel baljuw. Daarmee verviel het leenheerschap van de stad Groningen over Westerwolde en in 1803 werd het land Westerwolde samengevoegd met stad en ommelanden en de andere streken tot de provincie Groningen.

1803
In 1803 kwam een nieuwe rechtelijke organisatie in werking. Voor Wedde en Westerwolde werd dit gesteld onder de baljuw, alsmede de inning van belastingen. Laatste drost was Mr AH van Swinderen, hij werd als gezegd benoemd tot baljuw. Laatste baljuw (belast met rechtspraak en inning belastingen) was Mr W de Sitter, hij verliet de burcht in 1818. Hiermee was feitelijk het feodale tijdperk afgesloten.

1808
Op 14 november 1808 wordt een reglement op de gemeentebesturen van kracht. Wel bleven de bourrigters hun verantwoordelijkheden houden.

1809
Door koning Lodewijk Napoleon werd een wet ondertekend welke individuele boeren het recht gaf verdeling te eisen van de gemeenschappelijke gronden. De duurde nog ca 30 jaar dat dit in belangrijke mate gerealiseerd werd.

1811
Beëindiging van het ambt Drost te Wedde. Mr W de Sitter werd president van de rechtbank te Winschoten.

1814
Tot dit jaar betaalde het oostelijk deel van Oude Pekela nog hoendergeld als belasting aan Westerwolde.

1817
Door de stad Groningen werd in dit jaar besloten tot de ontvening van Westerwolde. Met name Stadskanaal groeide daardoor in de eerste helft van 600 naar 3000 inwoners.
Reeds in 1615 werd de Semslinie tussen het Zuidlaardermeer en Terapel getrokken om de troebelen tussen de boeren van Onstwedde en Valthe/Buinen op te lossen. De erkenning kwam pas in 1817 definitief tot stand.

1819
Tot 1819 werd op de 2e en volgende schoorsteen op een huis belasting geheven. Dus huizen van voor 1819 met meerdere schoorstenen getuigen van een zekere welstand! Van oorsprong zijn de boerderijen in Westerwolde van het loshoes-type (meest primitieve Saksische type). Deze boerderijen konden met voorhanden zijnde materialen worden gebouwd (eiken hout, riet/stro, leem voor wanden en vloeren. Er was 1 ruimte voor vee en opslag en woonruimte. Later werden muren aangebracht tussen het vee- en woongedeelte waardoor meer afgesloten ruimten ontstonden.

Het opvolgende type, half 18e eeuw, was de dwarsdeeltype boerderij met de grote ingang naar vee en opslag in de zijgevel en komt meer voor in Drenthe en Twente. Iedere kamer (meestal 2 of drie) had een eigen schoorsteen. In Westerwolde zijn slechts enkele boerderijen van dit type bewaard gebleven tot in de 20e eeuw.

Half 19e eeuw werd het achterhuis van de boerderij vervangen door een bredere en hogere schuur met pannendak en een houten topgevel. Het voorhuis werd gebouwd in Groninger baksteen en rood pannendak. Dit noemt men een Westerwoldse boerderij met verspringende noklijn. Tegelijkertijd ontstond het Oldambster boerderijtype. Deze boerderij is meer ingericht op de akkerbouw. De zijgevel verspringt 2 of 3 keer naar het grote voorhuis. Afgeleid van dit monumentale boerderijtype is de veenkoloniale variant welke dezelfde vorm heeft maar veel kleiner is. De arbeiderswoningen waren in deze gebieden eerst (tot in de eerste helft 20e eeuw) zgn plaggenhutten en uiterst eenvoudige huisjes.

1824
De grens tussen Nederland en het Koninkrijk Hannover kwam in dit jaar tot stand. Dit grensverdrag (tractaat van Meppen) regelde ook de waterafvoer, grensoverschrijdend. Vanuit Duitland via een duiker naar de Ruiten A bij Terapel. En omgekeerd vanaf Bourtange naar de Eems (overtollig water uit de natte omgeving van vesting Bourtange).

1828
Groningen stelt voor de burcht te Wedde te slopen i.v.m. achterstallig onderhoud.

1829
Groningen heeft geen recht meer om zich in Westerwolde te doen vertegenwoordigen, daarom wordt het kasteel verkocht voor f 6.800 aan Notaris Koning te Bellingwolde, die daarmee de burcht redde van een zekere ondergang. De gevangenispoort alsmede enige andere gebouwen worden afgebroken, het hoofdgebouw wordt opgeknapt. Van de wallen is niets meer te zien. Nog een rest van de oude verdedigingsmuur, en de binnenste gracht. Van de andere gebouwden zoals schuren, schathoes e.d. is niets meer over, blijkens de vele fundaments-resten is het vroeger veel groter geweest. Alleen de kelderverdieping van de zuidelijke vleugel zou nog dateren uit de 14e eeuw. De muren van dit gewelf zijn 1.30 meter dik.

1845
Vanaf dit jaar verdwijnen (tot ca 1882) de Westerwolder marken. De marken waren de gezamenlijke weideplaatsen. De functie was vooral het wankele evenwicht tussen de bevolking onderling alsook de belastbaarheid van het gebied in de hand te houden. De rechten op de marke in b.v. Onstwedde bestond uit 33 boerrechten van elk 8 waardelen. Het beheer werd jaarlijks opnieuw vastgesteld middels o.a. het kiezen van de bourrichter.

1840
Het eerste aardappelmeelfabriekje werd door J A Boon gesticht te Muntendam maar heeft maar kort bestaan. De eerste aardappelmeelfabriek van de industrieel W A Scholten werd te Foxhol opgericht. Bij zijn dood in 1892 liet deze na: 7 aardappelmeelfabrieken, 5 aardappelmeel/stroopfabrieken, 1 suikerfabriek, 1 papierfabriek en een turfstrooiselfabriek. Verder 31 boerderijen en 3300 Ha veen. In 1938/39 bestonden er nog 16 Coöperatieve fabrieken en 4 particuliere aardappelmeelfabrieken, welke totaal 808.000.000 kg aardappelen verwerkten. Nu (2002) is de verwerking in 1 bedrijf geconcentreerd.

1851
Bourtange werd in 1851 definitief afgevoerd van de lijst van vestingen langs de Oostgrens, de zgn. eerste linie langs de Eems. Wat nu rest als cultuurhistorische vestingplaatsen zijn de dorpen Bourtange, Oudeschans en Nieuweschans.
De eerste verharde weg in Westerwolde liep van Winschoten naar Blijham, men noemde dit een kunstweg. De verharding naar Nieuweschans dateert van 1857 en naar Bourtange van 1866. Stadskanaal - Terapelkanaal van 1863.

1868
De spoorlijn Groningen-Winschoten-Nieuweschans is aangelegd in

1868.
Eind 19e eeuw is de aanleg van meer tram - en spoorwegen begonnen:
1885 Tramweg Winschoten - Stadskanaal
1894 Paardetram Terapel - Zuidbroek
1900 Tramweg Winschoten - Bellingwolde
1907 Stoomtram Terapel - Emmen
1915 Stoomtram Winschoten - Terapel
1917 Stroomtram Winschoten - Bellingwolde
ca 1910 - 1935 Personenvervoer Spoorlijn (Zwolle)- Gasselternijveen - Stadskanaal - Bareveld - Zuidbroek - Delfzijl
Dit is de NOLS = Noord Ooster Locaal Spoorweg, na 1935 nog vrachtvervoer tot in de zeventiger jaren
1917 Groningsch-Drentsche Spoorwegmaatschappij Stadskanaal - Terapel - grens, tot 1935 personenvervoer, in 1977 is het gedeelte Musselkanaal - Terapel afgebroken.

1869
De eerste strocartonfabriek werd gebouwd te Hoogezand. Uiteindelijk werden het totaal 10 Coöperatieve en 8 particuliere fabrieken met een capaciteit van 350.000.000 kg stro. Het grote succes van de Groninger strocarton is toe te schrijven aan:
- meer stroopbrengst per Ha dan elders
- goedkopere arbeidskrachten dan elders
- betere arbeidskrachten
- goedkopere fabrieksbenodigdheden
- stro is de goedkoopste grondstof voor o.a. verpakkingscarton en halffabrikaat strostof
- voldoende vraag naar voornoemde produkten en later (1945) b.v. bouwplaten van strovezel.

1877
Voor de afwatering van de Westerwoldse A, Mussel- en Ruiten A werd de afwateringssluis Nieuw Statenzijl gebouwd. De eerste zijl (sluis) lag ten noordwesten van Nieuweschans (1670), in 1707 2 km verlegd noordelijker als Oud Statenzijl (staten = Groninger Staten). Tot en met ca 1960 was de waterstand in de Westerwoldse A zeer onregelmatig. De oorzaak hiervan was o.a. de vervening en ontginning van Westerwolde. Daardoor stroomde het water veel sneller af. Vanaf Wedde werd daarom de Westerwoldse A verder bedijkt (is begonnen in de 16e eeuw) en had ten noorden van Wedde een zeer brede boezem. Desondanks zijn herhaaldelijk de dijken doorgebroken en ook veel wateroverlast voor de boeren in het midden- en zuidelijker gelegen deel van Westerwolde.

1880
Vanaf dit jaar werd de kunstmest ingevoerd. Tot aan de invoer van de kunstmest was het niet mogelijk om alle landbouwgronden vruchtbaar te maken en te houden (denk ook aan de ontveende gebieden). Tot de 20e eeuw werd alle huishoudelijk afval en "stratendrek" van de steden gebruikt om de vruchtbaarheid te verbeteren.

1888
De burcht te Wedde wordt verkocht aan dhr A van Laer Dinckgreve uit Bourtange voor f 11.000.

10 maart 1892
Koninklijke goedkeuring van de vereniging tot kanalisatie van Westerwolde. In 1891 reisde Boelo Luitjens Tijdens in Westerwolde voor propaganda van zijn kandidatuur tot lid van de tweede kamer. Hij was hereboer te Nieuw Beerta en radicaal kamerlid in de jaren 1891-1901 voor het district Winschoten. Het lukte hem tot oprichting te komen van deze vereniging om zodoende het probleem van de waterbeheersing in Westerwolde op te lossen. Hijzelf werd voorzitter. In datzelfde jaar, na verkrijging van de benodige financiële armslag, kreeg dhr A.J.H. Bauwer (opzichter 1e klasse bij de Rijkswaterstaat Groningen) opdracht ( f 6.800) om een plan te maken. In 1894 ging de subsidie aanvrage naar Provincie en Rijk. In 1897 werd besloten dat het Rijk 2/3 zou betalen en de Provincie 20%.

In 1900 werd het Waterschap Westerwolde opgericht (afsplitsing van). En op 22 mei 1900 keurden Provinciale Staten van Groningen de aangepaste plannen goed. In 1919 kwam de Mussel A (lang 18 km, verval 7,5 meter, met aftakking naar Onstwedde) gereed en in 1920 de Ruiten A (lang 24 km verval 8,5 meter, met aftakking naar Bourtange). Het Verenigd Kanaal of B L Tijdenskanaal heeft een lengte van 16 km, verval ca 2 meter.

Tot 1900 kende Westerwolde 2 verharde wegen: Wedde-Onstwedde-Stadskanaal en Wedde-Vlagtwedde-Bourtange.
Daarna werden verhard:
1902 Onstwedde-Alteveer-Nw Pekela
1906 Vlagtwedde-Weende-Jipsinghuizen-Terapel
1910 Onstwedde-Mussel-Musselkanaal
1912 Wedde-De Oerde-Borgesiuswijk-Oude Pekela
1920 Vlagtwedde-Smeerling-Onstwedde
1922 Vlagtwedde-Wollinghuizen-Jipsinghuizen
1924 Jipsinghuizen-Kopstukken
1928 Ter Wisch-Slegge-Terapelkanaal (Schaalbergerweg)
1931 Bourtange-Overdedijk- Sellingen
1939 Schaalbergerweg-Lauderbeetse-Sellingerbeetse-Jipsingbourtange
1948 Ellersinghuizen-Harpel-Mussel
1951 Zuidveld-Laudermarke-Terapel

1905
Een achterkleinzoon van de eerste notaris Koning, dhr J.S.G. Koning kocht het slot van Wedde voor f 17.000. Hij was notaris te Wedde.

1908
In Vlagtwedde bleven de bourrigters het langst in functie. Op 18/7/1908 was de laatste vergadering. Op de vraag waar de bourhoorn was gebleven werd geantwoord dat deze aan het museum van oudheden was gezonden.
Na de instelling van gemeentebesturen is de functie uitgehold. De functie van de bourrigter was o.a.:
- bijhouden aantallen vee etc op de gezamenlijke weideplaatsen
- regelen van bourwerk of meentewerk (gezamenlijk onderhoud wegen etc)
- het houden van schouw over wegen, water etc
- toezicht op worken, dit zijn erfafscheidingen
- bepalen van de tijd van roggeoogst
- acht geven op de ganzen (hoeveel)
- controle op het ringen van zwijnen
- regelen van het graven van turf en van plaggen
Bijhouden boetes op overtredingen van het voorgaande. De bourrigter werd voor 1 jaar aangesteld. Tijdens de ambtsperiode beschikte hij over de bourhoorn om medewerking van de bewoners te vragen.

1908
Dit was ook het jaar dat het plan tot aanleg van een stoomtramlijn van Terapel naar Delfzijl via Winschoten bij de provincie werd ingediend. 1 november 1915 werd de lijn Winschoten-Terapel geopend en op 9 juli 1919 de lijn Delfzijl-Winschoten. De zijtak Bellingwolde-Blijham werd op 18 oktober 1918 in gebruik genomen. In 1948 werden deze lijnen, door de opkomst van busvervoer, weer opgeheven.

1922
Na het afgraven van de veenlaag resteerde grond welke geschikt had moeten zijn voor landbouw of cultuurgrond. Daartoe werd de bovenste laag de zgn bolster teruggestort. Dit ging niet altijd goed (zacht gezegd) getuige de maatregel van de stad Groningen in 1922 dat minimaal 40 cm bolster teruggestort moest worden. Echter de vervening had reeds grotendeels plaats gevonden!

1938
Tot begin 20e eeuw had Westerwolde een essenlandschap. Vanaf 1900 is de ontginning van de woeste gronden (vnl heidevelden) van Westerwolde ter hand genomen. In 1938 werd het laatste ontginningsproject aangepakt. Dit betrof Sellingerbeetze, totaal 790 Ha. Totaal was daarmee 2.669 Ha ontgonnen door eerst de N.V. Centrale Werkverschaffing, later de N.V. Ontginningsmaatschappij "De Verenigde Groningsche Gemeenten". Dit werk werd door werkloze ongeschoolde landarbeiders uitgevoerd. Zoals reeds gezegd de gemiddelde dikte van het veengebied was ca 3 meter. De gebieden met de grootste dikte zijn uiteraard het eerst "ontveend". De gebieden die het laatste werden ontgonnen (Oosterlijk Westerwolde) hadden een dunne veenlaag en de ontginning had vooral tot doel de grond te cultiveren tot landbouwgebied.

1955
Het waterschap Westerwolde koopt de burcht voor f 66.786. Alleen het huis wordt gerestaureerd en in 1959 in gebruik genomen.

1968
Sinds 2 oktober 1968 zijn de gemeenten Wedde en Bellingwolde samengevoegd en hebben nu 1 raad en 1 burgemeester. Hoelang zal het duren dat Westerwolde 1 gemeente wordt?

1969
De gemeente Onstwedde werd omgevormd tot de gemeente Stadskanaal. Hiermee kwalificeerde de veenkolonie Stadskanaal ook in naam zich tot een zelfstandige gemeente.

1976
Hotel Buenos Aires brandt af. Het was gelegen tegenover de burcht en gebouwd in 1800. Op deze plaats is nu (2002) een parkeerplaats en er staat het Waterschapshuis=Gemeentehuis. Het is sinds 2002 in gebruik als gemeentehuis.

1977
Streekraad Oost Groningen neemt het huis (de burcht) in gebruik.

1990
Het huis is eigendom van de gemeente Bellingwedde.