Nicolaas Beets

Te Wedde. 
22 Mei 1868.

gedicht van Nicolaas Beerts
 
Dat zal uw roem, uw eeuwge vreugde wezen,
 
Noordooster-grens van Neerlands dierbren grond!
 
Dat, eerst van u, de straal is opgerezen,
 
Die ons den dag der Vrijheid heeft verkond.
 
Haar zon ging nauwlijks op. of zwarte wolken,
 
Van onweer zwaar, en vuur, en hagelslag,
 
Onttrokken haar op nieuw aan 't oog der volken, -
 
Toch was het dag geworden, en bleef dag.
 
 
 
Dag, na een nacht, door rosse martelvuren
 
Alleen verlicht en starren van geloof!
 
Zijn rijk heeft uit; niet eindloos zou het duren,
 
Schoon Gods geduld den morgenstond verschoof.
 
Daar breekt hij aan! Hoe kloppen alle harten
 
Van vreugde en dank, bij 't eerste lichtgeglim!
 
Een nieuwe moed zal nieuwe zorgen tarten,
 
Nu maar de zon gezien is aan de kim.
 
 
 
Na veertig jaren lijdens, tachtig jaren
 
Van strijd, van bange worstling; 't kostbaarst bloed
 
Bij stroomen, door steeds nieuwe heldenscharen,
 
Vergoten, onder wonderen van moed!
 
Aan 't beulszwaard als aan 't krijgszwaard 't hoofd geboden,
 
Den hongersnood verdragen en de pest,
 
En eindlijk. in den drang van duizend nooden,
 
De vrijheid van den nieuwen staat gevest!
 
 
 
Huis Wedde! uw naam moet onvergeetlijk blijven,
 
En heilig in ons oog uw overschot!
 
Die d' aanvang zaagt dier stoute krijgsbedrijven,
 
Die eindelijk beslisten van ons lot.
 
Hier was de Rubicon; hier werd de teerling
 
Geworpen; door geen Cesar, tuk op macht;
 
Maar door een hand, die dwinglandij te keer ging,
 
Zoolang ze een zwaard kon voeren, in Gods kracht.


 
Die heldenhand is om dat zwaard bestorven,
 
Eer 't heilgoed was bevochten, daar ze om streed;
 
Maar roemt ons hart die 't ons in 't eind verworven,
 
Wee onzer, zoo het Lodewijk vergeet!
 
Zijn naam sta in 't gedenkboek der historie
 
Niet slechts, maar diep in 't vaderlandsch gemoed!
 
Groot is die naam, nog meer door deugd dan glorie;
 
Door ‘Lijdzaamheid in Onschuld’ groot, en goed.


NICOLAAS BEETS