NSB verleden Wedde

De fabel van het NSB-verleden van Wedde

 

door Arne C. Jansen

contact@bernard-mandeville.nl



Omdat dit artikel vrij lang is, vindt u helemaal onderaan deze pagina een link om een PDF bestand te downloaden.

‘Wedde komt alsnog in het reine met NSB-verleden, meer dan de helft van de inwoners liep achter Mussert aan’, zegt een inwoner van Wedde in de Volkskrant van 18 januari 2011. En Eva Vriend haalt in haar boek Het nieuwe land (2013) een ex-inwoner van Wedde aan, die beweert dat heel Wedde in de oorlog fout was.

 

Maar was Wedde werkelijk een reusachtig NSB-bolwerk? Was iedereen in Wedde fout in de oorlog? Of deze beweringen terecht zijn, is tot dusver niet onderzocht. Laten we zien wat de cijfers ons zeggen over het stemgedrag in Wedde.

 

Stemgedrag in Wedde

Hoe zat het met Wedder gemeenteraad in de periode 1927-1940? De raad bestond uit elf zetels. De politieke verhoudingen in Wedde waren tamelijk stabiel. Wel wisselde de meerderheid. Deze was in deze periode eerst met zes zetels rechts en daarna, ook met zes zetels, links.

 

In juni 1939 was de verdeling als volgt. Links: de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) met vier zetels (39,5% van de stemmen) en de Communistische Partij Holland (CPH) met twee (18,2%). Rechts: Gemeentebelangen met drie zetels (30,0%) en de Christelijk Historische Unie (CHU) twee (17,8%).  

Het krantenbericht hiernaast vermeldt wie als raadslid werden gekozen.(Nieuwsblad van het Noorden, 22-06-1939).

 

De Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) had in 1939 geen lijst in Wedde. De NSB nam toen in Nederland in slechts veertien gemeenten, waaronder Amsterdam, Vlagtwedde en Onstwedde, aan raadsverkiezingen deel.

 

Tekstvak: Nieuwsblad van het Noorden, 22-06-1939Maar de omvang van de NSB-aanhang in Wedde was wel bekend. De NSB had er 10,77% behaald bij de Tweede Kamerverkiezingen in 1937 en 8,6%  bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten in april 1939.

 

Deze daling van de NSB was algemeen. In de provincie Groningen liep ze terug van 8,4% (landelijk 7,94%) in 1935 naar 4,3% (landelijk 3,89%) in 1939.

 

Conclusie: voor 10 mei 1940 was ruim negentig procent van de Wedders niet NSB-gezind. De bewering dat meer dan de helft van de Wedders achter Mussert aanliep, is ongegrond. Hoe is het mogelijk dat er ondanks de ondubbelzinnige cijfers toch zo’n indruk heeft kunnen ontstaan? Om daar achter te komen, moeten we in ogenschouw nemen dat beide zegslieden geworteld zijn in ‘agrarisch Wedde’. Deze achtergrond heeft in hoge mate hun opvattingen bepaald. Om daar zicht op te krijgen moeten we verder in de tijd terug, naar 1918. Naar de Plattelandersbond.

De Plattelandersbond

De Plattelandersbond, sinds 1918 in de Tweede Kamer, was een autoritair-rechtse partij. Zijn leider was  ‘Boer’ Arend Braat. Deze bond was de favoriet van de eigenerfde zand- en veenboeren in Groningen en Drenthe, althans voor zover ze godsdienstig vrijzinnig waren. Gereformeerde en rooms-katholieke boeren stemden gewoonlijk binnen hun eigen confessionele zuil.

Braat verkondigde in 1920 dat Nederland een Napoleon III nodig had, die de boel in orde moest brengen en de socialistische leiders in de bajes moest stoppen.

 

Toen de wereldwijde economische crisis van de jaren 1930 begon, werd Braat en zijn partij afgedankt.(afbeelding: De Tijd, 03-02-1935)

Anderen namen het heft in handen. In 1931 werd in Vlagtwedde de Crisisorganisatie Westerwolde opgericht. Deze bestond uit zeven tot achthonderd eigenerfde zand - en veenboeren uit de gemeenten Vlagtwedde, Onstwedde, Bellingwolde en Wedde. Hun organisatie was een reactie op de ‘dikke’ kleiboeren, die voor zichzelf regeringssteun hadden geregeld, via de Tarwewet. Maar op zand groeit geen tarwe.

           

De supporters van de vroegere Plattelandersbond stapten kort daarna over naar de NSB. Boer Braat meldde zich ook aan, maar werd door de NSB geweigerd.

           

De 10,77% van de NSB in Wedde in 1937 was te verwachten, omdat de Plattelandersbond er in 1925 al op 10,38% was uitgekomen. Het waren dezelfde kiezers, dezelfde vrijzinnige eigenerfde boeren en hun partners. Zij hadden zich collectief tot de NSB gewend. Dit was te danken aan hun enthousiasme voor een geheel nieuwe organisatie: ‘Landbouw en Maatschappij’.

 

Landbouw en Maatschappij

De genoemde Crisisorganisatie Westerwolde had in 1932 de stoot gegeven tot de oprichting van de Groninger Boerenbond. Deze vormde met de even nieuwe Drentse Boerenbond en nog enkele nieuwe boerenbonden de Nationale Bond ‘Landbouw en Maatschappij’ (L&M). L&M fungeerde als een demagogische pressiegroep, als een indirecte politieke partij van agrariërs. Zijn voorbeeld was de Duitse Reichslandbund (rijkslandbond), die sinds 1930 een leidende organisatie van het Duitse nationaalsocialisme was. De strateeg achter deze ‘verpruising’ was Tjark Eltjo Bontkes (1885-1972). Vanaf 1913 woonde hij lang in Bellingwolde en bezat tot na de oorlog een boerderij in Oudeschans.

           

Bontkes was van de hele reeks zonen van voornamelijk Oost-Groninger herenboeren die aan de ‘Landwirtschaftschule’ (school voor landhuishoudkunde) in Hildesheim waren opgeleid. De eersten gingen er in de winter van 1870/71 heen, de laatsten nog in 1930. Ze werden er geïndoctrineerd met de ideologie van de feodale Pruisische Junker. De kern van hun proto-nazistische leer was dat Germaanse en autarkische landbouw het fundament of ruggengraat van een sterke Duitse maatschappij zou moeten zijn. Dit verklaart de naam van de nieuwe bond: eerst Landbouw, daarna Maatschappij; niet omgekeerd. Bontkes was sterk op de eigenerfde boeren van Westerwolde en Drenthe gericht. Zijn Oost-Groninger collega’s hadden hem niet nodig; zij kenden de Hildesheim-ideologie uit eerste hand.

 

In tegenstelling tot de NSB was L&M ‘salonfähig’, werd sociaal geaccepteerd. Leden van L&M waren bijvoorbeeld Johannes Linthorst Homan, de Commissaris van de Koningin in Groningen en verscheidene bekende kleiboeren, onder wie de bekende landbouwbestuurder Herman Derk Louwes. De meest Groninger en Drentse leden van L&M raakten in vervoering van de toespraken van de L&M adviseur Jan Smid (1865-1945). Hij woonde in Voorburg, was gepensioneerd landbouweconoom en publicist uit de Pruisische school. Hij was opgegroeid in Beerta en Blijham. Zijn vader was boer in Blijham geweest. ‘Jan Smid’s hoeve’ staat er nog.

           

L&M, waarvan bijna alle bestuursleden NSB’ers waren, adviseerde zijn leden in 1935 te stemmen op de NSB, die eerder het programma van L&M had overgenomen. Dit advies werd opgevolgd. In 1937 stemden 1552 personen in de gemeenten Vlagtwedde (773), Onstwedde (372), Bellingwolde (205) en Wedde (202) op de NSB. Deze uitslag spoort met het eerdergenoemde aantal van zeven tot achthonderd eigenerfde zand- en veenboeren, aangesloten bij de Crisisorganisatie Westerwolde c.q. L&M - afdelingen, plus hun partners.

           

Let wel, de nabijheid van Duitsland speelde geen enkele rol. De aangrenzende Landkreis Aschendorf-Hümmling was rooms-katholiek en conservatief. Hitlers NSDAP noteerde er in 1932 bij de laatste vrije verkiezingen 2%, het laagste stemmenpercentage in heel Duitsland. In de grensgemeenten Bellingwolde en Vlagtwedde noteerde de NSB in 1939 5,5% respectievelijk 11,9%.

 

Geen pachtboeren bij L&M

In ons land waren ook veel pachtboeren. In 1937 was 43,5% van het totaal aantal landgebruikers pachter. Zij exploiteerden 50% van de cultuurgrond. In Groningen waren deze percentages 41 respectievelijk 42; in Westerwolde vermoedelijk een tien procent lager. Landeigenaren waren de absolute baas over hun grond. Pachters waren vanouds praktisch rechteloos en misten iedere bestaanszekerheid. Om hierin verbetering te brengen, richtte de Friese onderwijzer en journalist Hendrik van Houten (1892-1952) in 1922 de Bond van Landpachters en Hypotheekboeren in Nederland (BLHP) op.

 

De meeste pachters waren democratisch-links georiënteerd. Van Houten was sinds 1933 leider van de democratisch-linkse en pacifistische Christelijk-Democratische Unie (CDU) in de Tweede Kamer. De pachters hadden de indruk gekregen, dat de CDU belangrijk was geweest voor de totstandkoming van de Pachtwet van 1937. Terwijl de CDU in 1933 in Wedde slechts 22 stemmen (1,23%) sprokkelde, werd ze er in 1937, mede door de pachters, met 11,47% de tweede partij, na de SDAP. In heel Oostelijk Groningen (Veenkoloniën, Oldambt en Westerwolde) kreeg de landelijk kleine CDU bij de Statenverkiezingen in 1939 11,6% van de stemmen, de NSB 5,9%.

 

Fout 

Fout betekent onvaderlandslievend gedrag tijdens de bezettingsjaren 1940-1945. De NSB telde bij haar bliksemstart in 1936 in Nederland 52.000 leden. In maart 1940, vlak voor de Duitse inval, waren er hiervan nog 29.000 over. In feite was toen L&M qua ledental de grootste nazistisch georiënteerde organisatie in Nederland geworden.

 

De bezetting in mei 1940 leidde bij de NSB tot opzeggingen, maar ook tot nieuwe aanwas, de zogenaamde meikevers. L&M juichte. ‘Op mars naar een gelukkiger toekomst’, beloofde het affiche. Toen L&M eind 1940 opging in het Nederlandsch Agrarisch Front van de NSB, haakten nogal wat leden af. Hoeveel precies is niet bekend.

 

Niet alleen lidmaatschap van de NSB en / of verwante organisaties tijdens de bezetting gold als fout, maar ook andere gedragingen. Het aantal personen dat fout was, wordt gemiddeld geschat op een 135.000, dat is drie procent van het aantal kiesgerechtigde Nederlanders. Wat meer of minder foute personen in deze of gene gemeente is niet zo interessant. Relevanter is te kijken naar eventuele verschillen in de politieke situatie voor 1940 en na 1945.

 

In een parlementaire democratie is het een komen en gaan van politieke partijen en politici.

Dit was voor 1940 niet anders dan na 1945. Verandering in het aantal en soort van politieke partijen betekent niet dat tegelijk de politieke grondstromen van belangen en ideologieën in een samenleving anders zijn geworden. Deze zijn namelijk meestal tamelijk stabiel. De naoorlogse verkiezingen in Nederland bevestigen dit. De uitslagen na en voor de oorlog verschillen in dit opzicht nauwelijks van elkaar. Dit geldt ook voor Wedde. We mogen daarom veilig aannemen dat ten minste 90% van de Wedders niet fout was.

           

Hoeveel autoritair-rechtse kiesgerechtigden waren er in de eerste jaren na de oorlog in Nederland? We weten het niet, doordat er geen autoritair-rechtse partij meer was. Dit veranderde in 1963, toen Hendrik Koekoek met zijn Boerenpartij publicitair de wind in de zeilen kreeg. Koekoek kreeg in 1967 in Wedde 4,61% van de stemmen; in Amsterdam 4,57%.

           

Tot besluit

Dat Wedde in zijn geheel een extreem NSB-verleden zou hebben gehad of dat alle Wedders in de oorlog fout zouden zijn geweest, is een fabel. Het aantal autoritair-rechtse kiezers in Wedde kan vanaf de jaren 1920 rechtstreeks worden gerelateerd aan een relatief klein deel van de Wedder bevolking, namelijk het aantal vrijzinnige eigenerfde zand- en/of veenboeren.

Het is van belang hun politieke rol niet apart te bekijken, omdat agrarisch Wedde geen eiland was, maar onderdeel uitmaakte van het politieke toneel van agrarisch Westerwolde en Drenthe. In een ander artikel, over ‘Oost-Groninger Hildesheimers’, waarin ook personen als Bontkes en Smid terugkeren, wordt aan dat grotere verband aandacht besteed.

 

Juli 2019



Arne C. Jansen LL.B. (1940) is thans onderzoeker van het leven en werk van Bernard Mandeville en werkt aan de integrale, geannoteerde vertaling van Mandevilles oeuvre. 1953-1958 Gem. HBS te Winschoten. Opleiding Russisch aan de School Militaire Inlichtingendienst te Harderwijk. Studeerde aan de universiteit van Amsterdam. Managementopleiding aan het instituut voor Hoger PTT-personeel ‘Voorlinden’ te Wassenaar, van 1962-1966. Werkte tot 1994 als senior manager van diverse operationele - en stafafdelingen op lokaal, regionaal en concernniveau bij PTT/KPN.

Van zijn hand is ook het artikel over de villa Benvenuto in Bellingwolde, hetgeen zijn band met deze regio duidelijk maakt.

Ċ
Historie Bellingwedde,
16 jul. 2019 02:19