B. Archeologisch Onderzoek

Deze tekst is ontleend aan een uitgave uit 1977 van de gemeente Bellingwedde, Aannemersbedrijf Koning B.V, Stadskanaal en Buro voor Architektuur en Restauratie P.L. de Vrieze, Groningen.




Inleiding ')
Westerwolde behoorde in kerkelijk opzicht als afzonderlijk dekenaat vanouds tot het bisdom Osnabrück, hetgeen wel een grote bijzonderheid mag heten voor Nederland.

In wereldlijk opzicht behoorde dit gebied immers tot Münster, zodat de bisschop van dit bisdom wereldlijk heerser over dit gebied was. Verder is bekend dat het St. Vitusklooster te Corvey aan de Weser reeds inde 12e eeuw grote bezittingen in de vorm van landerijen en woeste gronden in Westerwolde bezat.

Tevens had het klooster het benoemingsrecht van de vijf parochiepriesters n.l. die van Wedde, Onstwedde, Vlagtwedde, Sellingen en Vriescheloo.

Hoewel Winschoten nog niet op de 12e eeuwse lijst van kloostergoederen voorkomt, is toch wel duidelijk dat. ook deze parochie met zijn St. Vituskerk en St. Vitusholt tot de St. Vitusabdij te Corvey behoorde.

Om zich van de jaarlijkse inkomsten te verzekeren in dit veraf gelegen gebied, stelde Corvey een beheerder aan zoals de meeste grote abdijen dat ook deden.

In 1367 wordt het machtige hoofdelingengeslacht Addinga door belening met de uitoefening van het gezag over Westerwolde belast, een situatie die in 1400 gesanctioneerd wordt door de landsheer, sinds 1316 de bovengenoemde bisschop van Münster.

De burcht te Wedde is de zetel van de Addinga's.

De naam Wedde betekent volgens Halbertsma vermoedelijk 'weidegebied'.

Onderzoek


Tijdens de restauratiewerkzaamheden is door de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek te Amersfoort o.l.v. Dr. H. Halbertsma in oktober 1975 een eenvoudig onderzoek met de spade ingesteld.

Uit Halbertsma's verslag blijkt dat de vijf kerkjes wel uit hout opgetrokken zullen zijn, vermoedelijk gedekt door een rietdak.

Tijdens de opgravingen in Sellingen, Vlagtwedde en Wedde zijn geen resten van tufsteen gevonden, zodat men moet aannemen dat de houten kerkjes direct door bakstenen vervangen zijn, iets wat ook bij de Drentse kerken van Rolde, Sleen en Peize is voorgekomen.

Gezien het toegepaste grote formaat baksteen n.l. 9x14x29 cm en de blindnissen en smalle vensters met name in de vrijwel onverstoorde noord gevel maken een datering tussen 1225 en 1250 aannemelijk.

Bleek uit het gebouwonderzoek al dat het koor er in de 15e eeuw bij aangebouwd was, uit de opgraving kwam ondubbelzinnig vast te staan dat de oost gevel een vlak gesloten koormuur geweest moet zijn, al of niet voorzien van blindnissen en/of vensters, zoals die in de Groningse romano-gothiek zo veelvuldig en rijk geschakeerd voorkomen.

Zoals gezegd het driezijdig gesloten koor kwam in de 15e eeuw tot stand, in navolging van de nieuwe koren van Martini en A-kerk te Groningen, Zuidlaren, Vries e.a. kerken.


Helaas is bij de verbouwing van 1841 en de bouw van de toren in 1860 de 13e eeuwse westgevel geheel verdwenen; de vrijkomende kloostermoppen heeft men voor de fundering van de nieuwe toren benut.


Verder is komen vast te staan dat het kerkhof vroeger omgeven was door een ringgracht, waarbinnen de kerkheuvel oprijst tot 3.25 m boven N.A. Peil. De kerkhofheuvel bleek geen natuurlijke hoogte te zijn, maar was geformeerd van opgestapelde plaggen.

1) Dr. H. Halbertsma - Kerk van Wedde: een hoofdkerk in Westerwolde, Nieuwsblad van het Noorden, 11-11-1975.