A. Informatie

Deze tekst is ontleend aan een folder uitgegeven door de Hervormde Kerkvoogdij in Wedde.



    





Hoewel deze kerk al in een oorkonde van 1150 wordt genoemd, neemt men aan dat het oudste deel (het schip) van de huidige kerk uit de 13e eeuw stamt. Wellicht stond er daarvoor een houten gebouw. Het iets bredere koor is van de 15e eeuw. Oorspronkelijk is het koor meer dan een meter hoger geweest dan het schip, wat o.a. blikt uit de overlijsting van de vroegere ramen, die afbreekt bij de dakgoot (buiten zichtbaar).








Als we verder rond de kerk lopen zien we de littekens in de muur van de smalle hoge ramen. In de oorspronkelijk Rooms Katholieke kerk waren zowel in de zuidmuur als in de noordmuur vijf smalle gotische ramen. Na de kerkhervorming kreeg men behoefte aan meer licht en maakte men grotere ramen.






In de zuidmuur vinden we op borsthoogte ook de dichtgemaakte hagloscoop. Dit was vroeger een raam, waardoor mensen, die van deelneming aan de dienst waren uitgesloten, het altaar tenminste nog konden zien.

De muren (80 à 90 cm dik) zijn gebouwd van kloosterstenen. Er is kleurverschil te zien tussen die van het koor en het schip.







De toren

Duidelijk valt op de kleinere steen van de toren. Deze is dan ook pas in 1860 gebouwd (zie gedenkplaat aan de buitenkant). Voor die tijd zou er een houten klokkenstoel hebben gestaan.




Preekstoel

  
In de kerk zien we allereerst de preekstoel. Eenvoudig eikenhout met snijwerk in plint en fries, getorste zuiltjes en een geornamenteerde afsluiting van de kuip. Deze kansel is in 1679 gemaakt door een schrijnwerker uit Leer, namelijk Frederick Alberts Kistemaker.
         
           

Drostenbank



Tegenover de kansel staat de Drostenbank met het wapen van Groningen. Deze herinnert aan de periode dat Westerwolde onder beheer stond van de "Stad" (± 1700). De door de stad aangestelde Drost zetelde in het Huis te Wedde, de Wedderburcht, nu eigendom van de Gemeente Bellingwedde.

Doopvont



Los staat het doopvont. Deze is door de Oudheidkundige Commissie van de Provincie Groningen in bruikleen afgestaan. Het stamt uit de late Middeleeuwen. Voor de ingebruikneming op 1 augustus 1971 is de houten voet deskundig bijgewerkt. Voor de natuurstenen schaal was dit niet nodig.

Wijdingskruisjes




Drie wijdingskruisjes zijn teruggevonden onder de kalklaag en zorgvuldig gerestaureerd. Bij nieuwbouw of verbouw kwam in de Rooms Katholieke tijd de bisschop een kerk wijden. Als teken hiervan werd een kruis op de muur aangebracht.

Grafzerken

Zeven grafzerken zijn weer in de vloer van het koor gelegd. De middelste van de drie meest oostelijk gelegen zerken is de oudste. Deze is gebeeldhouwd van Bremersteen, versierd met afbeeldingen van St. Joris en van de vier evangelisten.

Het randschrift luidt: Int jar uns Heren MCCCC un XC und II des Fridages na Marien Verkundighe starf Haye Addinghes, Hooflink van Westerwolde, des sine siele mote resten in de vrede. Amen. (1492: de familie Addinga heerste lange jaren vanuit de Wedderburcht over Westerwolde).

Staande met het gezicht naar de orgelbeun vindt u links van deze zerk, die van drost Petrus Muntinghe (overleden 1777) met Lodewijk XVI versieringen en rechts die van de laatste Drost, Mr/ Albert van Swinderen (overleden 1805) met zijn tweede vrouw Edzardina Sparringa. Ook deze zerk heeft min of meer Lodewijk XVI motieven.

Links naast de kerk stond een oud gebouw, dat de laatste jaren als bergruimte werd gebruikt. Dit was de oude school, die in 1883 afgedankt werd. Helaas is dit oude gebouw enige jaren geleden gesloopt en is op deze plaats een woning gebouwd.