G. Restauratieplan

Deze tekst is ontleend aan een uitgave uit 1977 van de gemeente Bellingwedde, Aannemersbedrijf Koning B.V, Stadskanaal en Buro voor Architektuur en Restauratie P.L. de Vrieze, Groningen.
    


Opmeting plattegrond en doorsneden

Restauratieplan 3 februari 1972
    
Na een langdurig vooronderzoek en na ontpleistering van de kerk is het restauratieplan opgezet vanuit de volgende uitgangspunten.

1. De ontpleisterde muren zijn voldoende gaaf om ze als schoon werk weer in het zicht te brengen (steens afmetingen 29X13, 7x9 cm)

2. De 13e eeuwse versieringen in de beide schipgevels zijn nog zo volledig aanwezig dat ze gehandhaafd en hersteld dienen te worden. Daarbij zijn de 19e eeuwse raamopeningen gehandhaafd, echter waar nodig van nieuwe houten ramen voorzien.

3. De aanwijzingen dat het koor verhoogd geweest is (in navolging van de Martinikerk te Groningen, de kerken te Vries en Zuidlaren, e.a) zijn zo duidelijk dat het verantwoord lijkt, de in de 2e helft van de 1Se eeuw ontstane tweedeling tussen koor en schip in de
plattegrond, ook weer in het totale bouwlichaam zichtbaar te maken.

4. Het torentje uit 1860 valt in dit verhoudingsschema uit de toon, waarom een voorstel tot verhoging met ±2 meter is gedaan.

5. Uit architectonische en gebruiksoverwegingen is de preekstoel naar de zuidwand van het schip, tegen de hersteld gedachte triomfboog verplaatst. De weinig fraaie 19e eeuwse trap kan vervangen worden door een kleiner trapje. Daarmee ontstaat een preekruimte in het schip en een avondmaalsruimte in het koor, waarbij het middenkoorraam weer
in zijn functie kan worden hersteld. De koorramen kunnen in hout in de 19e eeuwse vorm hersteld worden. Een andere mogelijkheid is een ongedeeld raam in glas-in-lood panelen, zoals op de tekeningen 20 en 21 is aangegeven.

6. Onder de orgelgalerij is de predikantskamer (N.zijde) gehandhaafd; aan de zuidzijde is de trap naar de galerij gehandhaafd, echter weggewerkt achter een berging met meterkast, waardoor een symmetrische opbouw van de westwand ontstaat. Een nieuwe centrale verwarming, met gasgestookte ketel op de schipzolder en convectoren in de muren, geeft de mogelijkheid om de beide detonerende kolomkachels uit het middenpad te verwijderen. De drostenbank met vroeg 18e eeuws opzetstuk en de verbeterde banken zijn op hun plaats gebleven. Te overwegen valt om in verband met de wel zeer kleine ruimte boven de trekbalken een houten tongewelf aan te brengen, dat in vorm aansluit bij de opnieuw aan te brengen triomfboog. Dit plafond is niet in de begroting opgenomen. De oude fraai bewerkte grafzerken (de oudste uit 1492) kunnen een plaats op het koor krijgen, dat in eerste instantie niet verhoogd gedacht is.

7. Uitwendig zijn de goten vernieuwd gedacht in verband met het drooghouden van de muren. De bestaande blauwe vlakke Friese pannen worden vervangen door de qua vorm beter passende ongeglazuurde Oudhollandse pannen.

Opmerkingen bij restauratieplan 3 februari 1972.


Opmeting gevels

De inmiddels in verband met het onderzoek gedeeltelijk ontpleisterde muren gaven een zo gaaf metselwerk en zulke fraaie nissen en details te zien, dat dit getuigenis van middeleeuwse baksteentechniek m.i. niet verloren mocht gaan.
Om nu toch niet alle bouwsporen uit de 19e eeuw uit te wissen, werd voorgesteld de ingebroken 19e eeuwse houten neogotische vensters in het schip te handhaven. Voorgesteld wordt overeenkomstig het eerste rapport van 1968 het koor weer te verhogen en om het torentje uit 1860 dat in dit verhoudingsschema uit de toon valt met 2 meter te verhogen.
Bij de inrichting is de in 1928 van de zuidmuur naar het dichtgemetselde oostvenster verplaatste preekstoel teruggedacht op de originele plaats, waardoor een koorruimte voor de liturgie ontstaat.
Verder wordt voorgesteld in verband met de zeer lage ruimte een houten tongewelf toe te passen.
De vlakke Friese pannen worden vervangen gedacht door rode Oudhollandse.
 
Toelichting op het herziene restauratieplan van 14juni 1972.

Na een langdurig vooronderzoek en na ontpleistering van de kerk is het restauratieplan opgezet vanuit de volgende uitgangspunten.

1. De ontpleisterde muren zijn voldoende gaaf om ze als schoon werk weer in het zicht te brengen (steenafmetingen 29x 13, 7x9 cm).

2. De 13e eeuwse versieringen in de beide schipgevels zijn nog zo volledig aanwezig dat ze gehandhaafd en hersteld dienen te worden. Daarbij zijn de 19e eeuwse raamopeningen vervangen door de oorspronkelijke (te reconstrueren raamopeningen gevuld met houten raampjes). In de noord- en in de zuid gevel van het schip zijn de oorspronkelijke toegangen weer zichtbaar gemaakt door witgepleisterd terugliggend metselwerk. De toegang in de noord gevel van het koor is van een houten deur voorzien.

3. De aanwijzingen dat het koor verhoogd geweest is (in navolging van de Martinikerk te Groningen, de kerken te Vries en Zuidlaren, e.a.) zijn zo duidelijk dat het oorspronkelijk verantwoord leek, de in de 2e helft van de 15e eeuw ontstane tweedeling tussen koor en schip in de plattegrond, ook weer in het totale bouwlichaam zichtbaar te maken. In een nader overleg met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg bleek het echter om financiële en kunsthistorische redenen beter te zijn de huidige bouwvorm te handhaven.

4. Het torentje uit 1860 valt in het ongewijzigde verhoudingsschema niet meer uit de toon, waarmee het voorstel tot verhoging met ± 2 meter ongedaan gemaakt is.

5. Uit architektonische en gebruiksoverwegingen is de preekstoel naar de zuidwand van het schip, tegen de voormalige (niet weer hersteld gedachte) triomfboog verplaatst, omgeven door een eenvoudig doophek. De weinig fraaie 19e eeuwse trap kan vervangen worden door een kleiner trapje. Daarmee ontstaat een preekruimte in het schip en een avondmaalsruimte in het koor, waarbij het middenkoorraam weer in zijn functie kan worden hersteld. De koorramen kunnen in hout in de 19e eeuwse vorm hersteld worden, waarvoor de vrijkomende schipramen gebruikt kunnen worden.
De vloer van het koor zal ±35 cm verhoogd worden, om liturgische en andere gebruiksredenen.

6. en 7. zijn gelijk aan het plan van 3 februari 1972.

Opmerkingen bij herziene restauratieplan van 14juni 1972.

In afwijking van het voorstel van 3-2-1972 wordt hierin gesteld de oorspronkelijke toegangen in noord- en zuid gevel zichtbaar te maken door witgepleisterd terugliggend metselwerk en het noord portaal in het koor van een houten deur te voorzien.
Afgezien wordt nu van een wijziging van het koor, zodat de 19e eeuws uitziende kap met goot en houten sierlijst gehandhaafd blijft. Daarmee vervalt ook het voorstel het torentje te verhogen. Wel wordt hier voorgesteld de oorspronkelijke romano-gotische ramen in het schip te reconstrueren, terwijl de neo-gotische koorramen gehandhaafd blijven.

Voorlopig herstel, 6 juli 1974.

Na vele besprekingen met de Rijksdienst met voorlopige toezeggingen, welke later weer werden ingetrokken, schreef het Gemeentebestuur een scherpe brief, waarin min of meer geëist werd dat er nu eindelijk iets met de kerk moet gebeuren.
Door het door de Rijksdienst gevraagde vooronderzoek en de gedeeltelijke ontpleistering zag de kerk er bijzonder haveloos uit. Tenslotte werd bij schrijven d.d. 4 april 1974 een krediet van f 25.000,- voor een voorlopig herstel goedgekeurd, waarin de gebruikelijke subsidiepercentages werden toegezegd (Rijk 50%, Provincie 10%, Gemeente 30%, Scholtenfonds 4%). In betrekkelijk korte tijd kon aannemer Koning te Stadskanaal de buitenzijde van de kerk geheel ontpleisteren, de ergste constructieve gebreken aan goten, dak, ramen en muren herstellen.

Restauratie toezegging 20 februari 1975.

Op 20 februari 1975 ontving de Kerkvoogdij dan eindelijk de lang verbeide subsidietoezegging voor een algehele restauratie.
Dit was mogelijk geworden door het werk op te nemen in het werkenbestand der Dienst Aanvullende Civieltechnische Werken (D.A.C.W.), in welk kader de laatste jaren vele restauratiewerken, als zijnde arbeidsintensief, zijn uitgevoerd.
Het goedgekeurde begrotingsbedrag van f 475.600,- was uitgangspunt, waaraan de door ons buro ingediende begroting moest worden aangepast.
Het Rijk zegde hierin een subsidie toe van 50% (f 217.800,-), de Provincie 10%, Gemeente 30%, Scholtenfonds 4%.
Bij schrijven d.d. 3 oktober 1975 werd de Rijksbijdrage verhoogd tot f261.580,-, een verhoging waarin de overige subsidiënten meegingen.

Restauratie 1 april 1975-3 juni 1976.

Zo kon dan op 1 april 1975 de eigenlijke restauratie een aanvang nemen.

Exterieur.

Uitgangspunt werd tenslotte meer een conserveringsbeurt dan een reconstructie of terugbrengen naar een vroegere periode. Het 19e eeuwse karakter is gehandhaafd. Toren, dak, goten, 19e eeuwse ramen bleven alle gehandhaafd. Alleen de witte pleisterlaag werd niet weer aangebracht. Tevens verdween de zuiddeur en werd vervangen door het teruggevonden noord portaal in het koor.
Het gietijzeren rondvenster in de noord gevel boven de orgelgalerij kwam te vervallen. Opmerkelijk is de slechts gedeeltelijk van blind nissen en ramen voorziene schipgevels. In het oostelijk gedeelte over een lengte van 9 m treffen we aan noord- en zuidgevel 6 spitsboognissen aan, waarvan de 2e vanaf de oude oostgevel lager is, waarin zich een zeer smal lancetvormig venster bevindt (afm. 30X 180 cm). Aan de zuidzijde is in de meest oostelijke blindnis later een rondboogvenstertje aangebracht (afm.±30x130 cm).
Aan de noordzijde is een rechthoekig raampje in de 3e blindnis gehakt (afm. 30x 110 cm). Verklaringen voor deze extra raampjes zijn moeilijk te geven. Het komt voor dat men later zij-altaren aanbracht waarboven en/ of naast men een raam aanbracht.
In de vlakke beneden zone (+2.- m) treffen we aan de zuidzijde onder het oorspronkelijke lancetvormige venster een klein nisje met opening, waarover eerder werd opgemerkt dat het misschien een hagioscoop is. Het westelijk gedeelte van beide schipmuren zijn geheel vlak behandeld en maken niet de indruk van opnieuw te zijn gemetseld b.v. na een verwoesting. In beide gedeelten bevindt zich een toegangsportaal (geen z.g. Noormannenpoortje), die door zijn vereiste doorgangshoogte (±2.25 m) door de benedenzone heensteekt, waardoor een regelmatige voortzetting van de blind nissen in de bovenzone niet goed mogelijk was. Overigens is dit geen verklaring voor deze vlakke behandeling. Curieus is in de noordmuur het kleine spitsboognisje met speetvormige raamopening (afm. 20x 50 cm). Waarvoor dit raampje gediend heeft is onbekend. Men zou kunnen denken aan een lichtval op een doopvont dat in de Rooms Katholieke kerk veelal vlak bij de ingang stond. Vergelijkbare situaties zijn mij in Groningerland niet bekend. Wel zijn er dergelijke venstertjes gevonden in Norg en Zuidlaren.

Interieur.


Interieur naar het oosten(koor) na de restauratie

De inwendige verhoudingen werden beduidend beter toen eenmaal het schrootjes plafond werd weggenomen en de oude (later herstelde) balken zoldering te voorschijn kwam, welke weer van de 17e eeuwse blauwe kleur is voorzien. Ook de geringe vloerverlaging en bevloering met ongeglazuurde rode en grijze 19e eeuwse plavuizen versterkten het ruimtelijk effect. Tijdens de bouw werden diverse bouw sporen ontdekt. Allereerst de sporen van de 3 oorspronkelijke meloengewelven, waarmee dit kerkje overspannen moet zijn geweest. In de kerk van Den Andel is te zien hoe dat geweest moet zijn. De afmetingen zijn vergelijkbaar. Den Andel, inwendig 5.70x 18.-, vier traveeën met elk een meloengewelf, Wedde, inwendig 4.80x 13.40, drie traveeën met elk een meloengewelf. Het blijkt dat het compositieschema niet op vierkanten berust, zoals dat veelal het geval is bij de 13e eeuwse kerken.
Vermoedelijk zijn deze gewelven bij de oorlogsverwoesting van 1666 vernield en uitgebroken, waarna men het vlakke balken plafond heeft aangebracht met een eikenhouten kap, waarvan de spanten nog vrijwel geheel aanwezig zijn, getuige de kapmerken en de houten toognagels, die de verbindingen vormen. Interessant is ook het windverband in de vorm van kromme ongekantrechte inlandse eiken delen. Op de zolder is goed de zeer zorgvuldig afgewerkte 13e eeuwse muurbeëindiging te zien. In de schipmuren werden enige nissen teruggevonden n.l. een raamnis in de noordelijke en één in de zuidelijke muur.


Interieur naar het westen na de restauratie

Verder een laag gelegen nis in de zuidmuur. vermoedelijk een hagioscoop. In het koor een nis voor liturgisch gereedschap in de noordmuur, naast de weer geopende noordentree. De koorramen lopen als blindnissen tot de vloer door, waarbij het midden (oost) raam tenslotte wel gesloten is gebleven als een bouwspoor uit 1928. In het schip zijn drie wijdingskruisen blootgelegd, welke hersteld en aangevuld zijn, vermoedelijk daterend uit ±1500. In de vorm van een lichte verhevenheid zijn de muraalbogen der oude gewelven in de wit gepleisterde muren aangegeven. De 20ste eeuwse galerij is gehandhaafd zowel in vorm als kleur (imitatie-eiken).
Onder de galerij zijn links en rechts van de entree de trapopgang, een berging met keukentje en een meterkast aangebracht.
De her en der verspreid gevonden grafzerken en de beide onder de koorvensters vertikaal geplaatste grafzerken zijn alle op het één trede verhoogde koor gelegd. Een fragment van een rode zandstenen sarcofaagdeksel met randversiering en staf is in de zuidelijke koorraamnis geplaatst. De rest van het koor is bestraat met rode en grijze ongeglazuurde plavuizen. De 19e eeuwse neogotische ramen uit 1841 zijn gedeeltelijk vernieuwd en herplaatst. De preekstoel uit 1679 is hersteld en op de oude plaats aan de zuidmuur van het schip herplaatst en voorzien van een eenvoudige eikenhouten trap. De 19e eeuwse klankbord is hersteld en past zich met zijn lambrequinachtige franje goed bij de 17e eeuwse kansel aan, een fraai eikenhouten exemplaar met zijn gesneden vruchten en bladeren in plint en fries, zijn getorste zuiltjes en de elegant gevormde voluten met fraai gesneden druiper.
De 19e eeuwse vurenhouten banken zijn gehandhaafd, zij het met verbeterde zithouding. De imitatie eikenhouten kleur is vervangen door een olijfgroen. De oude eikenhouten drostenbank met het opengewerkte voluten opzetstuk moet m.i. uit het herbouwjaar 1678 stammen. Het is voorzien van het wapen der stad Groningen. De bank is herplaatst tegen de noordmuur in het schip en is eveneens olijfgroen geschilderd. De verlichting bestaat uit drie nieuwe koperen kronen, welke een cadeau zijn van de plaatselijke bank. De twaalf koperen wandkandelaars in houten houders zijn een geschenk van aannemers en architekt.

Restauratiefonds

Van één van de toenmalige initiatiefnemers van de restauratie, mevr. Ebbinge uit Eelde ontvingen we twee door Günther Seyferth getekende kaarten van de preekstoel. Deze kaarten werden uitgegeven door het restauratiefonds dat met diverse acties gelden ten behoeve van de kerkrestauratie inzamelde.