Urnenvondst bij Wedde in 1943

Dit artikel is gepubliceerd in het blad Terra Westerwolda van maart 2015

De grote urnenvondst bij Wedde in 1943
door Marten Fokkens

De Urnenhoeve




In de Wedderbergen te Wedde vind je het restaurant de Urnenhoeve. Wat velen niet weten is hoe dit restaurant aan zijn naam komt. Eén van de leden van de Historische Vereniging Westerwolde mevrouw M. Bruining-Principaal weet er alles over te vertellen omdat de huidige Urnenhoeve vroeger haar ouderlijk huis was, waar ze als jong meisje opgroeide op de boerderij. In de buurt van de boerderij werd namelijk in 1943 een groot urnenveld blootgelegd onder supervisie van Dr. A.E. van Giffen en H.T.Waterbolk. 


Mevrouw Bruining heeft in de afgelopen jaren diverse keren haar verhaal verteld aan groepen belangstellenden en we maken daarom ook dankbaar gebruik van de door haar verzamelde informatie. Misschien is deze vondst wel de aanleiding geweest voor haar grote belangstelling voor alles wat te maken heeft met de historie.

De eerste vondsten

In 1939 was het een zekere heer Willems opgevallen dat men in Wedderveer bezig was een terrein af te graven dat uit oudheidkundig oogpunt er veelbelovend uitzag. Na contact opgenomen te hebben met de eigenaar van het terrein de heer H. Principaal lichtte deze de echtgenote van Dr. A.E.van Giffen, mevr. G.E.G. van Giffen-Duyvis, in. Zij kwam enige tijd later zelf poolshoogte nemen en
bekeek een aantal urnen die inmiddels tevoorschijn waren gekomen bij de afgraving. De heer Principaal had deze urnen thuis bewaard en heeft ze later afgestaan ten behoeve van het Groninger Museum. Het leek heel waarschijnlijk dat er nog meer urnen aangetroffen zouden kunnen worden, net zo als ook al het geval was geweest in Wollinghuizen, Wessinghuizen, Wessingtange, Laudermarke, Jipsinghuizen en Achterholte in de jaren 1922 – 1939.

Wetenschappelijke afgraving

Toen in de winter van 1942 de heer Principaal verder wilde gaan met de afgraving van het land, werd in overleg met prof. A.E. van Giffen besloten om een oudheidkundig bodemonderzoek te verrichten wat uiteindelijk resulteerde in een wetenschappelijke afgraving.
Door de heer J. Lanting, amanuensis werd met Rijksinspecteur ir. Kuiper overleg gepleegd en kon men op 16 december 1942 met het veldwerk beginnen. In het kader van de werkverruiming werden extra arbeidskrachten beschikbaar gesteld. Tijdens de Kerstdagen van 1942 en Nieuwjaar 1943 werd er niet gewerkt en op 29 maart 1943 was de opgraving voltooid.

Tweede Wereldoorlog

Het mag toch wel bijzonder worden genoemd dat midden in de Tweede Wereldoorlog, waar toen de meest vreselijk dingen plaatsvonden, gewerkt werd aan de opgraving van een urnenveld. Maar ook in de oorlogstijd ging het gewone leven zoveel mogelijk door. Het is mevrouw Bruining bekend dat leerlingen van de scholen in Wedderveer, Wedde en Blijham bezoeken brachten aan de
locatie om de opgravingen te aanschouwen. Uiteindelijk werden er ruim 150 urnen uit de Bronstijd opgegraven. Niet alle urnen waren in perfecte staat, maar er zijn heel veel urnen bewaard gebleven.


Het was toen nog niet zo als tegenwoordig dat 
men gauw even een foto maakt van een opgegraven urn, maar van alle urnen werd er stuk voor stuk een tekening van gemaakt door medewerkers van het Biologisch Archeologisch Instituut te Groningen.

De ligging van het grafveld






Het grafveld lag nagenoeg aan de Westerwoldse Aa tegenover de spinnenkopmolen in Wedderveer. Op foto’s van de afgraving is duidelijk deze molen en nog een andere molen te zien. Uit de profielen is geconstateerd dat het Wedder grafveld op een langgerekte rug was gelegen, welke kennelijk in verband staat met het dalstelsel van de Westerwoldse Aa. Na de bewoningsperiode heeft de wind er namelijk vat op gekregen. In ieder geval is het gevolg geweest dat sommige delen met een pakket zand werden overdekt wat een duidelijke ophoging van het oude oppervlak met stuifzand tot gevolg had, terwijl andere stukken juist afgeschaafd zijn. Het is niet onmogelijk dat de ca. 1 kilometer verderop gelegen Wedderbergen ook uit de tijd stammen van het urnenveld.


Bijzetting en grafvormen

Er is hier dus duidelijk sprak geweest van lijkverbranding, hoewel in de nabijheid van het veld geen plaats(ustrinum) is gevonden waar dit plaatsvond. De lijkbrandresten werden niet altijd in de urnen bewaard, ook kwam het voor dat ze in organisch materiaal waren verpakt. De bijzettingen waren omgeven door een kringgreppel. In Wedderveer zijn een 33-tal kringgreptypen te onderscheiden.
Sommige zijn natuurlijk door grondbewerking ook verdwenen, aangezien het stuifzand niet overal gelijk hoog was. Overigens bevatten alle kringgreppels op deze locatie urnen. Van de 150 gevonden urnen waren er plusminus 30 verschillende soorten te onderscheiden. Alle urnen zijn zoals gezegd getekend en gedocumenteerd door de archeologen.

Vroeger en nu

Dat er ook wel eens een urn niet de weg heeft gevonden naar het Groninger Museum ontlenen we aan een verhaal waaruit blijkt dat een van de tewerkgestelden twee urnen mee naar huis heeftgenomen als trofee. Ze werden al die jaren op zolder bewaard tot de zoon van de man er een andere bestemming voor vond en ze schonk aan restaurant de “Urnenhoeve”, vroeger dus de boerderij van de familie Principaal.



Ook kregen we nog een foto waarop mevrouw Alida Knelsina Feunekes-Schmeenk met urnen gevonden bij de Urnenhoeve staat afgebeeld . Deze urnen zouden naderhand hun weg hebben gevonden naar het Groninger Museum.

De grond was in 1917 nog woeste grond. Daarna werd het door de heer Principaal ontgonnen en was het landbouwgrond. Door recreatieontwikkeling en de aanleg van de weg Winschoten-Vlagtwedde werd er weer bos gepoot en ontstond er een recreatieplas en eigenlijk is een gedeelte nu weer woeste grond en zo gaat het heen en weer door de eeuwen. Van de afgravingsplek is eigenlijk niets meer terug te vinden. De urnen staan allemaal in het depot van het Groninger Museum in Nuis en zijn daar te bezichtigen.


Toen mevr. Bruining-Principaal daar onlangs ging kijken en de urnen voor het eerst na 70 jaren weer terug zag, was dit voor haar een zeer emotioneel moment en dat is ook heel goed te begrijpen. Het zou te ver voeren om alle gevonden urnen en kringgreptypen hier te beschrijven maar een overdruk van de wetenschappelijke beschrijving is wel beschikbaar voor belangstellenden als u even een e-mail stuurt naar info@verenigingwesterwolde.nl.

Albert Egges van Giffen (Noordhorn, 14 maart 1884 – Zwolle, 31 mei 1973) was een Nederlands archeoloog. Hij wordt wel de vader van de hunebedden genoemd. Met zijn opgravingen in Ezinge in de jaren 20 en 30 legde Van Giffen als eerste de structuur van een dorp door de eeuwen heen in zijn geheel bloot. Tijdens dit project ontwikkelde hij de zogenaamde kwadrant- of taartpuntmethode, waarbij de plek van onderzoek in zowel verticale als horizontale sleuven wordt afgegraven. Naast zijn werk in Groningen verrichtte hij veel onderzoek in Drenthe. Hij bracht alle nog bestaande hunebedden in kaart en verrichtte bij meerdere daarvan bodemonderzoek. In 1928 publiceerde hij hierover een boek dat nog steeds als standaardwerk wordt beschouwd. Zonder zijn inspanningen zou waarschijnlijk een groot deel van de nu aanwezige hunebedden niet meer hebben bestaan. Naast onderzoek heeft hij veel ingestorte en deels vernielde hunebedden gerestaureerd. In 1920 richtte hij aan de Rijksuniversiteit Groningen het Biologisch-Archeologisch Instituut op. Verder was hij voorzitter van de Vereniging van Terpenonderzoek, inspecteur bij het Groninger Museum en conservator bij het Drents Museum. In 1932 werd hij verkozen tot lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).

Harm Tjalling (Tjalling) Waterbolk (Havelte, 1924) is een Nederlands emeritus-hoogleraar in de archeologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Na zijn studie biologie in Groningen werkte hij als assistent palynologie van Albert Egges van Giffen. Daarmee kon hij de vakgebieden van de biologie en archeologie integreren. Hij promoveerde bij Van Giffen in 1954 op het proefschrift De prehistorische mens en zijn milieu. Van 1954 tot 1987 was hij hoogleraar-directeur van het Biologisch-Archeologisch Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen als opvolger van Van Giffen, met de leeropdracht Prehistorie en Germaanse archeologie. Waterbolk publiceerde met name over de typologie van prehistorische en middeleeuwse huisplattegronden, versterkte nederzettingen in Noord-Drenthe, nederzettingsterritoria en bewoningscontinuïteit.

Bronnen:

Mevr. M. Bruining-Principaal, Stadskanaal
Dr. A.E. van Giffen en H.Tj. Waterbolk, Bouwstoffen voor de Groninger Geschiedenis IV
Wikipedia
Website de Urnenhoeve