Veer te Wedde

Het Veer te Wedde

door E.G.Schrage

Het protocol van de Drost te Wedde, RA VI e 8, bevat een acte d.d. 16 februari 1773 :

Petrus Muntinghe, Drossaard ect.

Betuige met deesen openen verseegelden Briefe, dat persoonlijk voor mij zijn gecompareert d'Erzame Beerent Geerts Tiabbes en Freerkjen Karsjens, Egtelieden, woonachtig op het veer geleegen onder het karspel Wedde,bekennende vooer haar en haare successoren hoe dat zij, bij ouderlijke Erfscheydinge sub dato den 15en February 1772, voor mij Drost gesolemniseert, ten vasten Eygendom hadden bekoomen de Behuzinge met het Recht van overvaart en daartoe benoodigde scheepen tot het van ouds bekende Wedder Veer over de Rivier de Aa vice versa: hoedaane Regt de voorouderen van vrouwe comparatinne beneevens comparanten zelve seedert bijna Hondert en Dertig jaaren herwaarts tot heeden toe bij wettige successie alleen en met uitsluitinge van alle anderen hadden gepossideert en geëxerceert, alwaarom ook der comparanten overleden vader Karsjen Touras, daarin teegens de geattendeerde interruptie en turbatie van eenen Hindrik Bloem, bij sententie van de Edel Mogende Heeren Borgemeesteren en Raad der Stad Groningen in dato den 2en october 1739, bij mij seegelaar gezien en geleezen, regtweege waaren gemaintineert. Dog zij comparanten considereerende dat de blijken en bescheyden tot staavinge van hun Regt en posses behoorende, als naar maniere van vroegere tijden enkelijk op papier geschreven, bij verdere tijdsverloop van nu af aan geheel versleeten en onleesbaar mogten worden, en zij comparanten of haare nakomelingen alsdan gebeurlijkerwijze van alle fundamenteel bewijs ontstooken, overzulx zijlieden ernstig begerden dat dezelve in perpetuam rei memoriam op een daartoe gerequireerde Fransyn gerichtelijk mogten worden overgebragt en ten Protocolle geinserreert voor mijne judicieele subscriptie en signature gecoroboreert, soo is 't dat ik Drost, sodanig versoek ambtshalve concedeerende door kragt van deezen certifieere dat opgemelde blijken en bescheyden door comparanten aan mij geëxhibeert, wijders door mij geëxamineert en geleezen, dezelve van woort tot woort zijn luidende als hierna volgt:

"Wij ondergescr. Egenerfden ende Ingesetenen der Heerlicheyt Wedde betuigen met ondertekende handen dat het feer bij Wedde, so zal. Tomas best hero gehadt, niemant sal mogen gebruiken ofte wedder in possessie nemen als alleene die seune Karsyen ende dewile wij het feerschat jaerlix betalen, willen wij niet consenteren Emant anders daer in te kennen als dese voorscr. Karsyen, dat dit die warheft beorkunden (wij) mit onse ondertekende hansen, actum den 12 octobris 1643.

Evert Abels Albert Warninc Dewyle Wubbe Husynck

Jacob ten Veenhuis Hyllwert Waersynck niet schriven kan

Wybbe Abels Gerdt Trenninck hebbe yck Gerdt Pol

Elso ten Venhuis Bolman ter Har lynck sine halven dit

Alverynck Simens Allbert Boskers onderteekent gelieken

Johan Hoykinck Johan ten Velthuis oock Ede Hustick vor

Hindrick Tuynckers Sicko ter Walslage Aeyke Nannyns II hem

Johan Ellersinc Detmer ter Wyssche Frerick Efsinck

Wylcke Boyncke Detmer Harwerynck Engel Wubbes

Johan Clas Tonnyes Hyllinck Berent Jolynck

Hans Bannin Jacob Tess Johan Hylwerds

Hyske ten Velthuys Berent Engels Hanne Hubbelynck

Derck ten Velthuys Adolphus Molanus Johan Nanynck

Ede Koeylers Ecci. in Sellingen Jan Ollynck

Albert Teyenck Jacub Lefstynck Folker Folckers

Alberdt Bunkens Harmen Bolmannss Ede Hannes

Johan Schurynck Jacob Loesunck Hans Hulsynck

Hiske ter Borch Nanne Stroedynck Johannes Boeles

Juryen Altinck Joannes Henrici

Detmaer Aeyssinck Franck pastor

Gerdt Pollynck Menno Koetes

Jan Wilcke Sterenborch

Wubbe Koepesz. ".

waar benevens Comparanten ten voorschreven eynde aan mij Drost exhibeerden een tweede blijk of koopcharter gelijkerwijse in vroegere tijden tusschen consenterende) personen in geval van koop en verkoop doorgaans gebruikelijk luidende woordelijk als hieronder volgende:

"Ick ondergeschreven Jacob Freericks bekenne en betuige mits deesen dat ick hebbe verkofft an Kersyen Tooms soodaanig veer van de van Blijham – dat magh Karsyen gebrucken tot synnen wille en oock eenen veryen weg over (...) hemke daar magh Karsyen sijn schip an Leggen un faassen als het hem Belieft, belooft Karsyen Jacobs volck alle vrey ende vergeeffs over toe vaeren, niet daat (...) toe geven un dancke Karsyen Tooms voer goede betaallynck, un beloove Karsyen tooms dit vry unde vranck voer alle anspraeck Dat nu un ten Ewigen dage un dan sal geen anspraeck geschien unde daer muchte een ander op Jacob Freericks plaetse koemen te woonen, dat de oock nigt mach over vaeren.

Dit alle stelle ick Jacob Freericks mij voer im toe bevreyen, toe oorkunde unde bevesteniss soo hebbe ick mit eygener handd verteykent in Anno 1644 den 4 julii.

Jacob Freericks Bartelt Meening

Welke beyde instrumenten op papier geschreven wel eenigsins op sommige plaatsen door ouderdom versleeten, egter ongeradeert en ongecancelleert, over hun geheel meest genoegsaam leesbaar waren, zijnde het eerste in originali en het tweede in copia aan mij seegelaar overhandigt, vermidts

het oorspronkelijk schrift van het laatste, volgens der comparanten

gemoedelijke verklaring uit de mond van hun overleden vader Karsjen Thomas, ter occasie zijner voorige procedures met Hindrik Bloem, bij hunnen toenmalligen Advocaat (-) den Heer Hooftman Wolbers in den jaare 1739 onder meer ander processtukken te Grooningen was verloren geraakt. Dus beleeden en door mij Drost ten behoeve der comparanten met derselver nakoomelingen gevidimeert en pro vera authentica gepasseert, wijders tenmeerderen vestenisse in Waerheyds oorkonde met myn gerigtelijk seegel en subscriptie in fide publicam gecooroboreert, sonder erg of list."

Gedaan op den Huize te Wedde, 16 Februari 1773".

De persoon, die in verband met het veer het eerst genoemd wordt (n.l. in de verklaring van de Egenerfden en Ingesetenen der Heerlijkheid Wedde van 12 october 1643) is Thomas, die dan al overleden is ("zal. Thomas") Hij had een zoon Karsyen, die door de Egenerfden erkend wordt als eigenaar, en niemand anders. Volgens de aan de drost getoonde acte van 4 juli 1644, had Karsyen Tooms het veer "van die van Bleyham" gekocht, van Jacob Freericks (die in het breukenregister vermeld is van 1639 tot en met 1648). Het is onduidelijk hoe de "Egenerffden" reeds op 12 october 1643 zoon Karsyen als eigenaar konden erkennen, terwijl hij het veer pas op 4 juli 1644 kocht van Jacob Freericks. Dan volgt een hiaat tot 1739, datum van de sententie van Borgemeesteren ende Raadt in Groningen in de kwestie tussen Karsjen Thomas en een zekere Hindrik Bloem, waarbij Karsjen in zijn recht is gehandhaafd. Van Hindrik Bloem, genoemd in de sententie van 2.10.1739. weten we dat hij Hindrik Hindriks heette en gehuwd was met Geeske Jans Bloem (RA VI e 1, 17.5.1704 vermeldt een Jan Geerts Bloem bij 't Wedder veer. Hij was de schoonvader van Hindrik)

De in het geding genoemde Karsjen Thomas was gehuwd met Geertjen Berents. Hun dochter Freerktjen Karsyns, gedoopt te Wedde, 25 december 1730, trouwde 11 mei 1753 met Berent Geert Tjabbes. (Zie met betrekking tot Tjabbes "Gruoninga" 1990, blz. 171 e.v., zie ook pag. 66 van dit tijdschrift, en het voorafgaande in het vorige tijdschrift, Freerkje = VII-d, haar moeder,

Geertje = VI-b.

Verklaring van enige vreemde woorden :

possideren = bezitten posses = bezit

turbatie = storing insereren = invoegen

subscriptie = ondertekening

signature = handtekening concederen = inwilligen

geëhibeert = getoond, overlegd

ter occasie van = ter gelegenheid van

gevidimeert = gezien (en overgeschreven)

pro vera authentica = als authentieke waarheid

in fide publicam = om publikelijk geloofd te worden

gecorrobeert = bevestigd, versterkt

consenteren = toestemmen

in perpetuam rei memoriam = als voortdurende herinnering